< Terug naar overzicht van deze nieuwsbrief

Jaargang 2014, Nummer 4, 7 juli 2014

Minister Blok (Wonen en Rijksdienst) en staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) hebben op 4 juni een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de mogelijkheden om ouderen en mensen die zorg nodig hebben langer thuis te laten wonen. Hun plan Langer zelfstandig wonen concentreert zich op het stimuleren van regionale samenwerking, omdat mogelijke knelpunten zich daar zullen voordoen en daar opgelost moeten worden. Het gaat om mogelijkheden voor wonen en zorg dicht bij de mensen, hun netwerk en hun buurt.

 

Deze speciale editie van de Nieuwsbrief Onderzoeken Wonen en Bouwen bevat een overzicht van de onderzoeken die aan de basis van deze kamerbrief lagen.

 

Kamerbrief over langer zelfstandig wonen

brief aan tweede kamer over langer zelfstandig wonen

Brief van minister Blok (Wonen en Rijksdienst) en staatssecretaris van Rijn (VWS) aan de Tweede Kamer over langer zelfstandig wonen voor mensen met behoefte aan zorg en ondersteuning, en de rol van de Rijksoverheid daarbij.

Herziening Monitor Investeren voor de Toekomst

voorkant herziening monitor investeren voor de toekomst

In 2012 is in opdracht van de minister van Wonen en Rijksdienst de monitor ‘Investeren voor de Toekomst’ (MIT) opgesteld. Uit de ‘MIT-2012’ bleek dat het beleid ten aanzien van extramuraliseren en het langer thuis wonen een versterkend effect heeft op de vraag naar ‘verzorgd wonen’ en andere specifieke woonvormen voor ouderen. In de nu uitgebrachte ‘Herziening MIT-2014’ is op grond van een nadere analyse van de doelgroep een minimum en een maximum raming opgesteld van de vraag naar ‘verzorgd wonen’. Ook wordt verslag gedaan van de gevolgen van deze herziening. Deze nieuwe doorrekening is gedaan volgens het Zorgakkoord, waarbij voor ZZP4 is uitgegaan van 50% extramuralisering vanaf 2016. Ook is gebruik gemaakt van de nieuwste bevolkingsprognose Primos 2013 en het aantal intramurale cliënten in januari 2013.

Randvoorwaarden voor extramuraal wonen bij zzp’s VV 01 t/m 04

voorkant rapport randvoorwaarden voor extramuraal wonen bij zzp&#39;s vv 01 t/m 04

RIGO heeft kwalitatief onderzoek gedaan naar randvoorwaarden in de woonsituatie om mensen die voorheen een indicatie ZZP VV01 t/m 04 kregen, extramuraal te laten wonen. Er is veel variatie en dus lokaal maatwerk mogelijk en nodig. Ook concluderen de onderzoekers dat er maar een beperkte groep is waar voortdurend toezicht voor nodig is. Dit zijn mensen waarbij een alarmopvolging binnen 10 minuten noodzakelijk is. Voor alle andere groepen blijken de randvoorwaarden voor extramuraal wonen haalbaar. Maar daar moet nog wel wat voor geregeld worden. Voor mensen met dementie is verhuizing afgezien van een verhuizing naar een zorginstelling af te raden omdat zij gedesoriënteerd raken. Voor zorgvragers uit doelgroep 4a die niet over mantelzorgers beschikken is extramuraal wonen niet mogelijk.

Belemmeringen bij het opzetten van woonzorgarrangementen voor senioren

voorkant rapport belemmeringen bij het opzetten van woonzorgarrangementen voor senioren

Het onderzoek richt zich op de (potentiële) belemmeringen die ervaren worden bij het opzetten van nieuwe woonzorgarrangementen zoals geclusterde woonvormen waarbij zorg en/of diensten gescheiden worden geleverd (‘verzorgd wonen’ en ‘wonen met diensten’). De hoofdconclusie is dat er geen belemmeringen geconstateerd zijn die het voor partijen per definitie onmogelijk maken om woonzorgarrangementen tot stand te brengen. Wel is er sprake van een complex speelveld, waarin veel verschillende wetten en regels een rol spelen en waarin het erg lastig kan zijn een sluitende businesscase voor een woonzorgarrangement te realiseren.

Woonvoorkeuren specifieke woonvormen voor ouderen: een verhaal met veel gezichten

voorkant rapport woonvoorkeuren specifieke woonvormen voor ouderen

Companen heeft onderzoek gedaan naar de woonvoorkeuren voor specifieke woonvormen voor ouderen. Het gaat om een voornamelijk kwalitatief onderzoek naar de achterliggende overwegingen en argumenten die ouderen hebben om al dan niet in specifieke woonvormen voor ouderen te gaan wonen. Het afwegingsproces is ingewikkeld en uniek. Soms is er één doorslaggevende factor, maar meestal is het een samenspel van factoren. Als mensen dan toch verhuizen hopen ze wel dat het de laatste keer is.

Wonen, zorggebruik en verhuisgedrag; een kwantitatieve analyse

voorkant Wonen, zorggebruik en verhuisgedrag

In deze studie hebben TNO en ABF de relaties tussen zorggebruik en woongedrag van ouderen nader verkend aan de hand van het Woononderzoek Nederland.

Welke huishoudens gebruiken nu vaker zorg? En verschilt dit naar leeftijd, aanwezigheid van de partner en inkomen en opleiding? Zijn er groepen ouderen die meer of minder gebruik maken van formele of informele zorg of van particuliere hulp? En wat zijn de verschillen in zorggebruik tussen eigenaar-bewoners en huurders?

De auteurs concluderen dat gebruikers van thuiszorg vaker alleenstaand zijn, vaker lager opgeleid en vaker huurder. Naar inkomen zijn er eveneens verschillen. Lagere inkomens doen vaker een beroep op de thuiszorg, hogere inkomens hebben vaker particuliere hulp. Ook ruimtelijke verschillen in zorggebruik komen aan bod. Die blijken op het niveau van woonmilieus betrekkelijk klein. Op het niveau van de wijk zijn er wel grote verschillen, voornamelijk als gevolg van verschillen in samenstelling van de bevolking.

Tenslotte stellen de onderzoekers vast dat er een duidelijke samenhang is tussen verhuizen en het gebruiken van zorg: ouderen die verhuizen maken vaker gebruik van zorg. Dat geldt voor alle oudere leeftijdsgroepen maar met name voor de 80-plussers.

Regionale toekomstbeelden behoefte aan langdurige zorg en de relatie met wonen

voorkant Regionale toekomstbeelden behoefte aan langdurige zorg

Dit essay gaat in op de vraag hoe de behoefte aan langdurige zorg er over een aantal jaar uit zal zien. De auteurs kijken naar de verschillende factoren die een rol spelen bij de te verwachten ontwikkelingen. Zoals ontwikkelingen in de gezondheidszorg, de levensverwachting en de mantelzorg. Tevens  behandelen zij de regionale en ruimtelijke verschillen in zorggebruik onder meer aan de hand van verschillen in indicatiestelling voor zorggebruik.

Om de toekomstige ontwikkeling van de behoefte aan langdurige zorg in ons land beter in beeld te krijgen, worden verscheidene ramingen van zorgbehoefte naast elkaar gezet. Hierbij worden meer en minder optimistische scenario’s over gezondheid en levensverwachting naast elkaar gezet. Zelfs in het meest optimistische scenario is echter sprake nog van een forse toename van het aantal ouderen met een zorgbehoefte. Het potentieel aan mantelzorg zal zich op lange termijn relatief gunstig ontwikkelen door het elkaar naderen van de levensverwachting van mannen en vrouwen.

Toekomst wonen met zorg in Nederland

voorkant Toekomst wonen met zorg in Nederland

Hoe ziet de groep ouderen van straks er naar verwachting uit? Welke ontwikkelingen zijn van invloed op de toekomstige vraag naar en aanbod van wonen met zorg? TNO heeft deze vragen in een essay verkend. De auteurs concluderen dat de behoefte aan woningen die tegemoet komen aan mobiliteitsproblemen en zorgvragen stijgt. Zij benadrukken ook de sterke regionale verschillen. Zij hebben voor vier ‘fictieve personen’ verkend hoe de diverse ontwikkelingen kunnen uitwerken op de persoonlijke situatie van ouderen. Daarnaast zijn de beleidsopties voor de rijksoverheid op een rij gezet. De auteurs wijzen op het belang van het stimuleren en faciliteren van de lokale aanpak. Kennisdelen en samenwerking zijn hierbij essentieel. Overbodige regelgeving moet afgeschaft worden en regelgeving moet vereenvoudigd worden.

Toekomstbeelden wonen met zorg

voorkant Toekomstbeelden wonen met zorg

In deze studie zijn vier fictieve scenario’s voor de ontwikkeling van wonen met zorg in 2030 opgesteld: Vrije Markt, Burgercollectieven, Institutionele Coördinatie en Nationale Overheid. Deze scenario’s beschrijven hoe de toekomst van de langdurige zorg er mogelijk uit zou kunnen zien. Vervolgens is met experts verkend wat ieder scenario betekent voor de gebruikers van wonen met zorg, voor de aanbieders en de rol van de overheid. Aan de gebruikerskant is het beschikken over voldoende hulpbronnen (inkomen, vermogen, sociaal netwerk, sociale vaardigheden) evident voor de keuzemogelijkheden van mensen met een zorgvraag. De mogelijkheden om hulpbronnen in te zetten verschilt tussen scenario’s. Aan de aanbodkant blijken in alle scenario’s krachten werkzaam om aanbod van wonen met (zwaardere) zorg uit kostenoverwegingen te concentreren op centrale plaatsen (of gebieden met hogere dichtheid). Burgercollectieven vormen een tegenkracht tegen dergelijke tendensen.

Colofon

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Directoraat-generaal Wonen en Bouwen
Turfmarkt 147
2511 CB Den Haag

Vragen of opmerkingen

kennispleinwb@minbzk.nl