< Terug naar overzicht van deze nieuwsbrief

Jaargang 2016 - juli, 7 juli 2016

Nieuw Onderwijsresultatenmodel gereed

Op 1 juni heeft de inspectie de Onderwijsresultatenoverzichten 2016 op de website gepubliceerd. Daarmee is de invoering van het nieuwe Onderwijsresultatenmodel een feit. Besturen hebben hierover 31 mei een mail ontvangen.

 
Nieuw is dat we in het ISD Excel-bestanden publiceren met de aantallen leerlingen waarop we onze berekeningen baseren. Zo kunt u deze eenvoudig vergelijken met uw eigen gegevens. De diagnostische overzichten, waaronder de IDU-Matrix en het Hinkelpad, zijn niet meer beschikbaar in het ISD.
 
Van 2 april tot 9 mei was de voorinzage van de nieuwe onderwijsresultaten beschikbaar in het vernieuwde Internet Schooldossier. Besturen konden tot 9 mei de resultaten bekijken en vragen stellen.
 
Informatie over het nieuwe model staat nog steeds op de speciale pagina op de website van de inspectie.De lijst met veel gestelde vragen werken wij continu bij.

Attendering en/of waarschuwing bij dalende onderwijsresultaten en verschil cijfers schoolexamen en centraal examen

Dalende onderwijsresultaten

Met het definitieve Onderwijsresultatenoverzicht VO 2016 is ook duidelijk geworden bij welke afdelingen van scholen er risico’s in de onderwijsresultaten zijn. Net als in voorgaande jaren melden we dit aan de betreffende besturen. Bij de vaststelling of er sprake is van een risico, gebruiken we de gegevens van de drie laatste jaren. Voor dit jaar baseren we ons op het Onderwijsresultatenoverzicht 2016 en de zogenaamde schaduwpublicaties van 2014 en 2015 (volgens het nieuwe resultatenmodel).
 
Attendering of waarschuwing?
Besturen ontvangen een attendering als de onderwijsresultaten van een onderwijssoort boven de norm zijn op basis van het gemiddelde over de afgelopen drie jaren, maar onder de norm in het huidige jaar.

Besturen krijgen een waarschuwing als de onderwijsresultaten van een onderwijssoort boven de norm zijn op basis van het driejaarsgemiddelde, maar in de afgelopen twee jaar onder de norm.
In beide gevallen adviseren wij deze besturen maatregelen te nemen om verdere daling van de onderwijsresultaten te voorkomen en de resultaten weer op niveau te brengen.
 
Verschil school- en centraal examen
De inspectie neemt het verschil tussen het gemiddeld cijfer voor het schoolexamen (se) en centraal examen (ce) niet meer mee in de beoordeling van de onderwijsresultaten. Maar, het blijft belangrijk het gemiddelde verschil klein te houden. Als verschillen over meerdere jaren groot of zelfs zeer groot zijn, rapporteert de inspectie hierover aan de staatssecretaris. Hij kan vervolgens de examenlicentie tijdelijk intrekken.

We brengen besturen op de hoogte wanneer het verschil se-ce te groot dreigt te worden. Besturen ontvangen een attendering als het driejaarsgemiddelde verschil se-ce twee jaar achter elkaar groter is dan een half punt. Besturen ontvangen een waarschuwing als het driejaarsgemiddelde verschil in een jaar groter is dan één punt of drie jaar achtereen groter is dan een half punt.

Net als bij dalende opbrengsten adviseren wij de besturen een plan van aanpak op te stellen om het verschil se-ce terug te dringen.

Resultaten rekentoets onderdeel van toezicht

De inspectie gaat de resultaten van scholen op de rekentoets opnemen in haar jaarlijkse risicoanalyse. Als een school gemiddeld laag scoort op de rekentoets bespreken wij met het schoolbestuur welke maatregelen zij al genomen heeft om de rekenresultaten te verbeteren. Heeft het bestuur geen maatregelen genomen of zijn de resultaten een lange tijd te laag dan kan de inspectie op de school de kwaliteit van het rekenonderwijs onderzoeken.

Vernieuwd toezicht: in juni aparte nieuwsbrief

Per augustus 2017 verandert het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. Als inspectie gebruiken wij het schooljaar 2016-2017 om verder ervaring op te doen met het voorgenomen vernieuwde toezicht. In de loop van juni vertellen wij u graag in een aparte nieuwsbrief in het kort wat het vernieuwde toezicht in het algemeen inhoudt, en ook specifiek voor het voortgezet onderwijs.

Inspectie houdt toezicht op naleving zorgplicht sociale veiligheid

Na een overgangsperiode van een jaar zijn de wettelijke eisen voor sociale veiligheid met ingang van het schooljaar 2016/2017 onderdeel van het toezicht van de inspectie.

Hieronder nog even kort de belangrijkste punten op een rij:
De zorgplicht betekent dat elke school ervoor moet zorgen dat:
- een veiligheidsbeleid wordt gevoerd
- monitoring plaatsvindt van de veiligheidsbeleving van leerlingen
- er een coördinator en aanspreekpunt is voor sociale veiligheid

De inspectie ziet toe op de naleving van de zorgplicht van de school voor de sociale veiligheid. Uitgangspunt hierbij is de monitoring door de school. Als de monitoring op tekorten wijst, is het van belang dat de school maatregelen neemt voor verbetering. Als dat onvoldoende het geval is, zal de inspectie het bestuur daarop aanspreken.
 
In de wet staat aan welke eisen de monitoring door de school moet voldoen. Samengevat komt het erop neer dat de monitoring jaarlijks moet worden uitgevoerd en een representatief beeld van de school moet geven. Scholen kunnen zelf het instrument kiezen dat ze voor de monitoring willen gebruiken. Ze kunnen daarvoor gebruikmaken van verschillende instrumenten die daarvoor in omloop zijn, als deze aan de wettelijke eisen voldoen.
Meer over de naleving op de zorgplicht sociale veiligheid

Stand van zaken onderzoek inzet niet-(volledig) bevoegde leraren

In onze nieuwsbrief van juni 2015 kondigden wij het onderzoek naar de inzet van niet-(volledig) bevoegde leraren aan. Het gaat hierbij om leraren die:

- volledig onbevoegd zijn
- een ander vak geven dan waarvoor zij opgeleid zijn
- nog studeren voor het vak waarin ze lesgeven of bijvoorbeeld een tweedegraads bevoegdheid hebben
- (ook) op eerstegraads niveau lesgeven
Vaak is dit toegestaan, maar slechts voor een beperkte tijd.
 
Plan van aanpak staatssecretaris startpunt van onderzoek
Het onderzoek was uitgesteld tot begin maart dit jaar. Zo konden wij aansluiten op het ‘Plan van aanpak tegengaan onbevoegd lesgeven vo’ dat staatssecretaris Dekker eind februari naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Overeenkomstig dit plan onderzoekt de inspectie in 2016 en 2017 tweehonderd afdelingen en gaat na of het bestuur voldoet aan de wettelijke benoembaarheidseisen. Als leraren zonder enige onderwijsbevoegdheid een vak geven waar een lerarenopleiding voor bestaat, geeft de inspectie het bestuur een herstelopdracht en hersteltermijn.
 
Vragenlijsten en verdiepend onderzoek
De inspectie heeft in maart de besturen en scholen van 42 vestigingen benaderd voor het onderzoek en gevraagd vragenlijsten in te vullen. Bij een deel van de scholen gaan we de ingevulde gegevens van de vragenlijst ter plekke controleren. Inmiddels hebben we dit bij enkele vestigingen gedaan en benaderen nog een aantal vestigingen voor dit verdiepende onderzoek.
 
Rapport voor OCW
De inspectie koppelt de resultaten van het onderzoek aan het ministerie van OCW terug. We beschrijven in een geanonimiseerd verslag onder andere welke variaties op niet-(volledig) bevoegd lesgeven we zijn tegengekomen en wat de redenen daarvoor zijn. Ook beoordelen we of het niet (volledig) bevoegd lesgeven wettelijk is toegestaan.

Aandacht voor aanleveren VOG

De inspectie verzoekt schoolbesturen erop te letten dat nieuwe medewerkers bij indiensttreding een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aanleveren. Wij ontvangen de laatste tijd vaker meldingen van instellingsaccountants over het ontbreken van een VOG. Deze stijgende lijn is zorgelijk, want de VOG is een van de waarborgen voor de veiligheid in het onderwijs.

 
VOG wettelijk verplicht
Iedereen die in het onderwijs werkt, moet bij indiensttreding een actuele VOG (geen kopie en niet ouder dan zes maanden) overleggen. Dit is wettelijk verplicht. De VOG wordt, tijdens de sollicitatieprocedure, aangevraagd om te toetsen of een persoon in aanraking is geweest met Justitie voor een strafbaar feit. In het onderwijs wordt specifiek gelet op veroordelingen voor zedenmisdrijven of andere strafbare feiten die de uitoefening van een functie in het onderwijs belemmeren.
 
Controle door instellingsaccountants
De instellingsaccountants controleren ieder jaar of VOG’s ontbreken of later dan de indiensttreding zijn aangeleverd. Is dit het geval, dan geeft de accountant dit door aan de inspectie. Vervolgens vragen wij aanvullende informatie over de accountantsmelding aan te leveren. Hierna bekijken we of we gaan handhaven.
Overzicht veel gestelde vragen en antwoorden over de VOG

Jaarverslag brengt 2015 in beeld

De inspectie legde afgelopen jaar 2.089 bezoeken af aan scholen en instellingen. Dit blijkt uit het jaarverslag, Jaarbeeld 2015. De inspectie wil met effectief toezicht bijdragen aan beter onderwijs. In het jaarverslag leggen wij verantwoording af over ons toezicht en de organisatie.

 
In gesprek met het onderwijs
Zo hebben we afgelopen jaar verder gewerkt aan het vernieuwde toezicht dat in augustus 2017 zijn beslag moet krijgen. Met de vernieuwingen in het toezicht sluiten we aan op de politieke dynamiek en ontwikkelingen in het onderwijsveld. Hiertoe gingen we ook uitgebreid in gesprek met belanghebbenden in het onderwijs: besturen, scholen, ouders, leerkrachten en leerlingen.
 
In Jaarbeeld 2015 brengen we niet alleen de informatie over onze organisatie naar buiten. We laten ook vertegenwoordigers uit verschillende onderwijssectoren aan het woord:
- Bert Dekker, directeur-bestuurder van een stichting van elf scholen in het primair onderwijs in de gemeente Ede
- Nelie Groen, directeur Technisch College Velsen, Maritiem College Velsen en Tender College
- Ton Lamers, voorzitter van de Centrale Examencommissie van Artez Hogeschool voor de Kunsten in Enschede
- Ivo Siebum, leverde als leerling van een mbo-instelling vorig jaar een bijdrage aan de Staat van de Leerling

2015 interactief in beeld gebracht
Het jaarverslag is digitaal beschikbaar als pdf en interactieve webversie.

Colofon

Inspectie van het Onderwijs 

Postbus 2730
3500 GS Utrecht
Vragen over of reageren op de nieuwsbrief? Mail het Loket Onderwijsinspectie.