< Terug naar overzicht van deze nieuwsbrief

Jaargang 2016 - juni, 7 juli 2016

Vernieuwd toezicht

Vanaf augustus 2017 verandert het toezicht van de onderwijsinspectie. U hebt daarover in eerdere nieuwsbrieven al kunnen lezen. Het schooljaar 2016/2017 gebruiken we nog om met het voorgenomen vernieuwde toezicht ervaring op te doen. In deze update informeren wij u over de ontwikkelingen rondom het vernieuwde toezicht en wat dit betekent voor de samenwerkingsverbanden.

 
Over het vernieuwde toezicht wordt ook politiek nog gesproken. We vinden het belangrijk om alle scholen en besturen echter nu al op de hoogte te brengen van de veranderingen, zeker omdat velen van u al in het schooljaar 2016/2017 ervaring zullen opdoen met onderzoeken volgens het vernieuwde toezicht. Als u meedoet aan zo’n onderzoek, krijgt u rechtstreeks aanvullende informatie hierover. In de loop van het komende schooljaar zullen wij u blijven informeren over de actuele ontwikkelingen rond het vernieuwde toezicht.
 
Over het vernieuwde toezicht 
“Wat gaat er goed? Wat kan er beter? En wat móet er beter?” Misschien is dat wel de kortste samenvatting van de manier waarop de inspectie toezicht op het onderwijs gaat houden. Wat is de kern van het vernieuwde toezicht?
1. Waarborg: basiskwaliteit - Onveranderd is dat de inspectie de basiskwaliteit van onderwijs in Nederland blijft waarborgen.  
2. Stimuleren tot beter - Bovendien willen we actief bijdragen aan een verbetercultuur binnen besturen, scholen en samenwerkingsverbanden, en hen stimuleren de onderwijskwaliteit op een hoger plan te brengen.  
3. Eenduidig toezicht en op maat - In het vernieuwde toezicht sluiten we zo veel mogelijk aan op de eigen ambities van bestuur en school. Het schoolplan vervult daarin een spilfunctie, behalve bij het mbo. Voor het samenwerkingsverband is dat het ondersteuningsplan.
4. Aansluiten bij verantwoordelijkheid bestuur - Het schoolbestuur en het bestuur van het samenwerkingsverband zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs. Daarom komen bestuur en scholen of opleidingen in het vernieuwde toezicht samen in beeld. 

Wat betekent het vernieuwde toezicht voor de samenwerkingsverbanden?
 
Pilots
Het vernieuwde toezicht is bestuursgericht toezicht: we beoordelen de kwaliteit van de samenwerkingsverbanden op basis van verantwoording door het bestuur. Centrale vraag is of het bestuur van het samenwerkingsverband in voldoende mate zicht heeft op de kwaliteit en het financiële beheer van zijn samenwerkingsverband, daar effectief op stuurt en er actief over communiceert. Kortweg: Draagt het bestuur zorg voor een goed functionerend samenwerkingsverband? 
 
In het schooljaar 2015/2016 zijn twee pilots uitgevoerd: één bij een samenwerkingsverband primair onderwijs (Venlo) en één bij het voortgezet onderwijs (Emmeloord). Beide verbanden zijn gekozen omdat ze een context hebben die een uitdaging vormt voor de besturing, bijvoorbeeld een vereveningstaakstelling in een regio met demografische krimp. De twee samenwerkingsverbanden hebben na afloop van de pilots een evaluatievragenlijst ingevuld. Beide samenwerkingsverbanden keken zeer positief terug op het onderzoek. Zowel over de voorbereiding van het onderzoek, de uitvoering van het onderzoek, als over het eindgesprek en de inspectieoordelen zijn beide samenwerkingsverbanden zeer positief. Ook kunnen ze zich vinden in de werkwijze en vinden ze dat het onderzoek hen veel heeft opgeleverd. 
 
Raadplegingen samenwerkingsverbanden
Voor het ontwikkelen van het nieuwe toezicht op de samenwerkingsverbanden vonden ook drie raadplegingen (mei 2016) plaats, waaraan bestuurders, directies en leden van ondersteuningsplanraden uit zestig samenwerkingsverbanden deelnamen (40% van de 152 verbanden).

De deelnemers spraken waardering uit voor het nieuwe onderzoeks- en waarderingskader en vinden het een verbetering ten opzichte van het huidige kader. Daarbij merkten zij op dat het bestaande toezicht op de samenwerkingsverbanden de afgelopen jaren al met veel kenmerken van het vernieuwde toezicht plaatsvindt. Het grootste verschil is het rechtstreeks aanspreken en beoordelen van de besturen. De rol van het ondersteuningsplan van de samenwerkingsverbanden, het onderscheid tussen de deugdelijkheidseisen die uit de wet voortkomen (en waar we over kunnen oordelen) en aspecten waar we samenwerkingsverbanden in kunnen stimuleren, zaten ook al in het vorige waarderingskader, maar zijn nu nog scherper en duidelijker.

De deelnemers vinden het goed dat we met een onderscheid tussen wettelijke aspecten en overige aspecten van kwaliteit inzichtelijk maken waar besturen wettelijk gezien aan moeten voldoen. De deelnemers zijn ook van mening dat het met dit kader mogelijk is om de kwaliteit van samenwerkingsverbanden en hun besturen te beoordelen. Het feit dat de keten (regulier onderwijs, jeugdzorg, GGZ) buiten beeld lijkt te blijven, vinden zij een nadeel. 
 
Vervolg
Op 26 mei 2016 heeft de inspectie overleg gevoerd met vertegenwoordigers uit het onderwijsveld - ook wel de Ringen genoemd - over alle onderzoekskaders 2017. Deze bijeenkomst was bedoeld om tot overeenstemming te komen over het vernieuwde toezicht. Daarna zijn de onderzoekskaders aangepast en startten de formele vaststellings- en goedkeuringsprocedures.
 
In het schooljaar 2016/2017 gaan we opnieuw ervaring opdoen met deze vorm van toezicht zodat we goed voorbereid zijn op de invoering per 1 augustus 2017. Gezien de ervaringen in de afgelopen jaren uit meerdere kwaliteitsonderzoeken bij alle 152 samenwerkingsverbanden en de daarin al aanwezige elementen van het nieuwe inspectietoezicht, zullen we per augustus 2016 starten met de verdere voorbereiding op het nieuwe toezicht door implementatieonderzoeken uit te voeren met het nieuwe onderzoekskader.
 
Meer informatie over het vernieuwde toezicht
Wij nodigen u uit verder te lezen over het vernieuwde toezicht. Hier leest u uitgebreide informatie zoals de conceptonderzoekskaders per sector, het evaluatierapport van de pilots en de internetconsultaties. Komende periode zal deze informatie nog aangevuld worden.

Monitoring thuiszitters: bijna de helft gaat weer naar school

De inspectie heeft het toezicht op thuiszitters geïntensiveerd. Hierover heeft u kunnen lezen in de nieuwsbrief van maart 2016. De resultaten zijn tot nu toe bemoedigend: van de 128 meldingen die wij tussen 1 januari en 1 mei 2016 ontvingen, gaan 60 leerlingen (47%) weer naar school of gaan binnenkort weer naar school. Bij 5 leerlingen (4%) is de oplossing bijvoorbeeld buiten de school gevonden. Bij 63 meldingen (49%) is er nog geen oplossing. Hiervoor werken scholen, samenwerkingsverbanden, maar veelal ook leerplicht en jeugdhulp actief samen met als doel dat de leerlingen weer naar school kunnen gaan. In een aantal van deze gevallen is de oplossing naderbij, maar is de uitkomst van die inspanningen nog niet bij de inspectie bekend.

 
Wat doet de inspectie – en wat niet?
Ouders melden verreweg het meest. Wanneer wij een melding over een thuiszitter ontvangen, belt de inspecteur met de melder en de school, of als er geen school bij betrokken is, met het samenwerkingsverband. De inspectie lost zelf geen thuiszitterssituaties op, maar spreekt scholen en samenwerkingsverbanden aan op hun verantwoordelijkheid om te zorgen voor een passend aanbod voor iedere leerling. Wanneer ouders niet tevreden zijn met de geboden ondersteuning, dan wijst de inspectie ouders op de mogelijkheden om hun klacht te bespreken. Zo kunnen zij gebruik maken van de klachtenprocedure van de school, bezwaar aantekenen tegen een besluit van het samenwerkingsverband of de onderwijsgeschillencommissie inschakelen. Ook wijst de inspectie ouders op de mogelijkheid om ondersteuning te krijgen van een onderwijsconsulent of onderwijszorgconsulent. 
De inspectie gaat er tot slot van uit dat alle betrokkenen de uitspraak van de geschillencommissie ook volgen. 

Eerste bevindingen opvraag thuiszittersregistraties

Sinds november 2015 vragen we de thuiszittersregistraties op die de samenwerkingsverbanden passend onderwijs voeren. Uit de kwaliteit van die registraties blijkt dat we er nog niet op kunnen vertrouwen dat alle samenwerkingsverbanden goed zicht hebben op de regionale problematiek. Daarom zullen we de registraties blijven opvragen en de ontwikkeling volgen.

 
We zien dat samenwerkingsverbanden nu al veel doen om grip te krijgen op het probleem van thuiszitten, maar ook dat de hiervoor benodigde samenwerking in enkele regio’s niet goed op gang komt. De samenwerkingsverbanden waarbij de registratie niet op orde is, lopen een groter risico dat zij er niet in slagen het aantal thuiszitters te verlagen, de duur van thuiszitten terug te dringen en nieuwe gevallen te voorkomen. We gaan op korte termijn in gesprek met deze samenwerkingsverbanden.
 
Wat moet er worden geregistreerd?
- Het aantal thuiszitters
- Soort en duur van thuiszitten
- Wie betrokken zijn bij het vinden van een oplossing 
- Welke afspraken zijn gemaakt
Lees meer over de bevindingen van de opvraag van de thuiszittersregistratie

Lwoo en pro in passend onderwijs (mogelijkheid tot opting out)

Vanaf 1 januari 2016 zijn leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) onderdeel van passend onderwijs en zijn samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor de toewijzing van lwoo en pro. 

 
Het kabinet heeft het voornemen om in 2018 de landelijke criteria voor lwoo, de duur van de toewijzing van lwoo en de lwoo-licenties los te laten. Via een zogenaamde opting out bestaat de mogelijkheid om vooruit te lopen op het loslaten van de landelijk vastgestelde criteria, duur en licenties voor lwoo. Sinds 1 januari 2016 zijn achttien samenwerkingsverbanden vo hiermee begonnen. Vanaf 1 januari 2017 is het opnieuw mogelijk om te kiezen voor opting out lwoo. Samenwerkingsverbanden kunnen alleen deelnemen als alle schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband hiermee akkoord gaan. 
 
Aanpassing ondersteuningsplan
In tegenstelling tot vorig jaar is voor samenwerkingsverbanden die per 1 januari 2017 willen starten met opting out, geen verkorte procedure vastgelegd in de wet. Uiterlijk 1 mei (2017) moet een aangepast ondersteuningsplan naar de inspectie worden gestuurd. Omdat de toewijzing van lwoo echter grotendeels voor 1 mei plaatsvindt, is het advies aan samenwerkingsverbanden om het aangepaste ondersteuningsplan uiterlijk 15 december 2016 bij ons in te dienen. Zo kan een samenwerkingsverband de instromende groep lwoo-leerlingen voor het schooljaar 2017/2018 toewijzen volgens de nieuwe afspraken. 
 
Meldingsformulier opting out lwoo
Tevens dienen de samenwerkingsverbanden die per 1 januari 2017 voor opting out gaan, bij ons te melden voor welke variant van opting out ze kiezen en aan te tonen dat alle besturen in het samenwerkingsverband akkoord zijn met deelname aan opting out (handtekeningenformulier in het meldingsformulier). Het melden gaat via het nieuwe ‘Meldingsformulier opting out lwoo’. Wij adviseren de samenwerkingsverbanden om ook dit meldingsformulier uiterlijk 15 december 2016 bij ons in te dienen.
 
Meer informatie

Indicatiestelling vso uiterlijk 31 juli 2016

Leerlingen die op 1 augustus 2014 met een geldige indicatie stonden ingeschreven in het (voortgezet) speciaal onderwijs, kunnen daar nog blijven tot 31 juli 2016. Blijft een leerling ingeschreven in het (v)so, dan moet het samenwerkingsverband uiterlijk 31 juli 2016 beoordelen of speciaal of voortgezet speciaal onderwijs nog steeds het best passende aanbod is en dan een toelaatbaarheidsverklaring afgeven, of dat er mogelijkheden zijn om de leerling met extra begeleiding in te schrijven op een reguliere school. 
 
Zonder toelaatbaarheidsverklaring moet de (v)so-school de leerling verwijderen en een andere school bereid vinden de leerling te plaatsen. Totdat een andere school is gevonden moet de leerling onderwijs blijven ontvangen op de (v)so-school en kan deze school de leerling meetellen voor de bekostiging. 
 
Leerlingen die in de tussenliggende periode naar een andere (v)so-school zijn gegaan, hebben een toelaatbaarheidsverklaring gekregen van het samenwerkingsverband.

Leeftijdsgrenzen bij toekennen van een toelaatbaarheidsverklaring

Samenwerkingsverbanden stellen zelf de procedure en criteria vast voor de plaatsing van leerlingen op scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Enkele samenwerkingsverbanden stellen een leeftijdsgrens als criterium. Boven een bepaalde leeftijd komt een leerling dan niet meer in aanmerking voor een toelaatbaarheidsverklaring voor (voortgezet) speciaal onderwijs binnen dat samenwerkingsverband. Dit omdat er alternatieven kunnen zijn voor leerlingen die de leeftijdsgrens overschrijden.

 
In de Wet op de expertisecentra (art. 39, vierde lid) staat dat leerlingen toegang hebben tot het so tot aan het einde van het schooljaar waarin zij veertien jaar worden en tot het vso tot en met het schooljaar waarin ze twintig jaar worden. Een leeftijdsgrens lager stellen dan respectievelijk veertien of twintig jaar is in tegenspraak met de wet. De inspectie stelt zich op het standpunt dat een samenwerkingsverband dient te handelen in het belang van de leerling. Als het samenwerkingsverband een leeftijdsgrens wil hanteren, bijvoorbeeld om financiële redenen, zal het samenwerkingsverband dus per geval moeten afwegen of het in het belang is van de leerling om de so- of vso-school te verlaten en een volgende stap te maken. Als dit niet in het belang is van de leerling, kan het samenwerkingsverband niet weigeren de leerling toe te laten tot de so-school of de vso-school op grond van het overschrijden van een leeftijdsgrens. 

Aandacht voor aanleveren VOG

De inspectie verzoekt schoolbesturen erop te letten dat nieuwe medewerkers bij indiensttreding een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aanleveren. Wij ontvangen de laatste tijd vaker meldingen van instellingsaccountants over het ontbreken van een VOG. Deze stijgende lijn is zorgelijk, want de VOG is een van de waarborgen voor de veiligheid in het onderwijs. 

 
VOG wettelijk verplicht
Iedereen die in het onderwijs werkt, moet bij indiensttreding een actuele VOG (geen kopie en niet ouder dan zes maanden) overleggen. Dit is wettelijk verplicht. De VOG wordt, tijdens de sollicitatieprocedure, aangevraagd om te toetsen of een persoon in aanraking is geweest met Justitie voor een strafbaar feit. In het onderwijs wordt specifiek gelet op veroordelingen voor zedenmisdrijven of andere strafbare feiten die de uitoefening van een functie in het onderwijs belemmeren.
 
Controle door instellingsaccountants
De instellingsaccountants controleren ieder jaar of er VOG’s ontbreken of later dan de indiensttreding zijn aangeleverd. Is dit het geval, dan geeft de accountant dit door aan de inspectie. Vervolgens vragen wij aanvullende informatie over de accountantsmelding aan te leveren. Hierna bekijken we of we gaan handhaven.
Document met veelgestelde vragen en antwoorden over de VOG

Jaarverslag brengt 2015 in beeld

De inspectie legde afgelopen jaar 2.089 bezoeken af aan scholen en instellingen. Dit blijkt uit het jaarverslag, Jaarbeeld 2015. De inspectie wil met effectief toezicht bijdragen aan beter onderwijs. In het jaarverslag leggen wij verantwoording af over ons toezicht en de organisatie. 

 
In gesprek met het onderwijs
Zo hebben we afgelopen jaar verder gewerkt aan het vernieuwde toezicht dat in augustus 2017 zijn beslag moet krijgen. Met de vernieuwingen in het toezicht sluiten we aan op de politieke dynamiek en ontwikkelingen in het onderwijsveld. Hiertoe gingen we ook uitgebreid in gesprek met belanghebbenden in het onderwijs: besturen, scholen, ouders, leerkrachten en leerlingen.
 
In Jaarbeeld 2015 brengen we niet alleen de informatie over onze organisatie naar buiten. We laten ook vertegenwoordigers uit verschillende onderwijssectoren aan het woord:
- Bert Dekker, directeur-bestuurder van een stichting van elf scholen in het primair onderwijs in de gemeente Ede
- Nelie Groen, directeur Technisch College Velsen, Maritiem College Velsen en Tender College
- Ton Lamers, voorzitter van de Centrale Examencommissie van Artez Hogeschool voor de Kunsten in Enschede
- Ivo Siebum, leverde als leerling van een mbo-instelling vorig jaar een bijdrage aan de Staat van de Leerling 

2015 interactief in beeld gebracht
Het jaarverslag is digitaal beschikbaar als pdf en interactieve webversie.

Colofon

Inspectie van het Onderwijs 

Postbus 2730
3500 GS Utrecht
Vragen over of reageren op de nieuwsbrief? Mail het Loket Onderwijsinspectie.