< Terug naar overzicht van deze nieuwsbrief

Jaargang 2015 - oktober, 7 juli 2016

Landelijk rapport gemeentelijk toezicht kinderopvang 2014

Eind augustus 2015 heeft de Inspectie van het Onderwijs het ’Landelijk rapport gemeentelijk toezicht kinderopvang 2014’ aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangeboden. De inspectie brengt ieder jaar in beeld hoe het gaat met de uitvoering van de wettelijke gemeentelijke taken op het gebied van kinderopvang en peuterspeelzalen.

Conclusies rapport
Een belangrijke conclusie uit het rapport is dat gemeenten en GGD’en toezicht en handhaving steeds beter uitvoeren. Het percentage verplicht uitgevoerde onderzoeken is de laatste jaren van 89 procent in 2012, 92 procent in 2013, gestegen naar 96 procent in 2014.

70 procent voldoet aan kwaliteitseisen
Verder hebben gemeenten meer handhavingsacties in gang gezet en is het aantal kinderopvangvoorzieningen waarbij voldaan wordt aan alle kwaliteitseisen gestegen naar 70 procent. Het blijft evenwel van belang de kinderopvanghouders te stimuleren zich te verbeteren en zo nodig aan te spreken op de tekortkomingen.

Handhavingsadvies GGD niet altijd overgenomen
Gemeenten wijken in 28 procent van de gevallen af van het handhavingsadvies van de GGD en zetten hierbij, met een onderbouwing, geen handhavingsactie in. De inspectie gaat in het najaar van 2015 onderzoek doen naar de achtergrond hiervan. Verderop in deze nieuwsbrief vindt u meer informatie over dit onderzoek.

Registertaak nagenoeg op orde
Het rapport wijst tenslotte uit dat de uitvoering van de registertaak van de gemeenten nagenoeg op orde is, net als de afhandeling van nieuwe aanvragen voor het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP).

Themaonderzoek “beredeneerd niet handhaven”

Uit de analyse van het ‘Landelijk rapport gemeentelijke toezicht kinderopvang 2014’ blijkt dat gemeenten in 28 procent van de handhavingsadviezen besluit toch niet te gaan handhaven. Gemeenten hebben een ‘beginselplicht’ om te handhaven op tekortkomingen die door de GGD zijn geconstateerd en waarvoor een handhavingsadvies is gegeven. De gemeente dient voor iedere tekortkoming een besluit te nemen om wel of niet tot handhaving over te gaan. Dit besluit moet worden onderbouwd.

Onderzoek naar reden van afzien handhaving
Het is op dit moment niet duidelijk in welke situaties gemeenten besluiten om niet te handhaven, hoe vaak, op welke tekortkomingen dit voorkomt en wat de onderbouwing hiervan is. Om inzicht te krijgen in de onderbouwingen van gemeenten, start de inspectie in het najaar van 2015 een onderzoek. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is hierbij betrokken.

Door het inzichtelijk maken van de onderbouwingen, wordt duidelijk waar het precies om gaat en kan worden nagegaan wat dit betekent voor de uitvoering van de wettelijke handhavingstaak. Het is namelijk goed mogelijk dat gemeenten een plausibele verklaring of onderbouwing hebben. Aan de andere kant is het ook mogelijk dat de uitvoering van de handhavingstaak onvoldoende adequaat wordt opgepakt door gemeenten.

Er wordt een steekproef getrokken uit het aantal gemeenten dat het handhavingsadvies van de GGD niet heeft overgenomen. De geselecteerde gemeenten worden geïnterviewd in het kader van het onderzoek. Met deze gemeenten wordt contact opgenomen.

In 2016 zullen we, in samenspraak met de VNG, communiceren over de uitkomsten van dit themaonderzoek.

Jaarverantwoording gemeenten over toezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang 2014

Gemeenten leggen ieder jaar verantwoording af aan de gemeenteraad en de inspectie over het uitgevoerde toezicht op van de kwaliteit van de kinderopvang en peuterspeelzalen en de handhaving hierop. Dit doen zij op basis van gegevens uit het LRKP en de Gemeenschappelijke Inspectie Ruimtes (GIR). De jaarverantwoording is openbaar en zal gepubliceerd worden op de website ‘waarstaatjegemeente.nl’. Gemeenten kunnen de cijfers in de jaarverantwoording toelichten door een invulformulier op deze website in te vullen.

Het proces en de inhoud van de jaarverantwoording 2014 is gezamenlijk geëvalueerd door het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING), Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), VNG en de inspectie. Gemeenten mochten opmerkingen en adviezen indienen. Onder andere de volgende punten werden ingebracht:

- Problemen met de inlogprocedure op de site ‘waarstaatjegemeente.nl’ en onduidelijkheden door de wijziging van deze website.

- Onduidelijkheden over het wel of niet publiceren van de jaarverantwoording op de site.

- Gemeenten vinden het lastig dat de inspectie bij vragen alleen per mail bereikbaar is.

- Het format van het invulformulier, onder andere de plaats van de toelichtingen in de jaarverantwoording en de frequentie van verwerking van de toelichting.

- Onduidelijkheden bij het onderwerp ‘tijdigheid aanvragen’, zoals tien weken termijn, ingetrokken aanvragen en de verwerking van opschortingstermijnen.

- Indicator handhaving tekortkomingen geeft weinig informatie over de uitvoering van de handhaving.

Alle ingediende opmerkingen en adviezen zijn besproken en worden geanalyseerd met als doelstelling om de volgende jaarverslagcyclus nog optimaler te laten verlopen. Dit najaar worden de gemeenten nader geïnformeerd over de jaarverantwoording 2015.

Belangrijke informatie over de jaarverantwoording 2015
Voor de jaarverantwoording van 2015, hebben de gemeenten en GGD’en tot 1 maart 2016 de tijd om de activiteiten te verwerken in het LRKP en de GIR-systemen. Echter als het gaat om afgeronde inspecties tot 1 oktober 2015 met een handhavingsadvies, moeten de handhavingsacties vóór 31 december zijn verwerkt in de systemen. Op 1 maart 2016 maakt DUO een uitdraai vanuit de systemen. Hiermee wordt de jaarverantwoording 2015 gevuld.

Rapport Afstemming toezicht geïntegreerde voorzieningen voor opvang en onderwijs

Al langere tijd werken onderwijs en kinderopvang steeds vaker samen, bijvoorbeeld in Integrale Kindcentra (IKC’s). Deze voorzieningen worden door verschillende toezichthouders bezocht. De GGD rapporteert over de kinderopvang en de Inspectie van het Onderwijs beoordeelt het onderwijs.

De GGD GHOR Nederland en de inspectie deden gezamenlijk onderzoek naar het toezicht op geïntegreerde voorzieningen. De onderzoeksresultaten zijn te lezen in het rapport ‘Afstemming toezicht geïntegreerde voorzieningen voor opvang en onderwijs'.

Resultaten
- Uit de rapportage blijkt dat er de afgelopen maanden belangrijke stappen zijn gezet in de informatie-uitwisseling tussen beide toezichthouders over de inhoud en werkwijze van het toezicht.

- Op het terrein van voor- en vroegschoolse educatie is sprake van enige overlap tussen de toezichtkaders. Op dit gebied hebben beide partijen gewerkt aan het verstevigen van de samenwerking.

- Een onderdeel van de opdracht was om een omschrijving op te nemen voor de ‘entiteit’ waar het toezicht zich op richt, het zogenaamde ‘object van toezicht’ (in dit geval dus de geïntegreerde voorziening voor onderwijs en opvang). Gedurende het traject bleek het object van toezicht lastig te definiëren. Dat maakt het lastig voor een inspecteur om te herkennen wanneer het om een integrale voorziening gaat. 'Kinderopvang' en 'onderwijs' zijn duidelijk beschreven in wetgeving.

- In de rapportage wordt tevens beschreven welke belemmeringen die integrale voorzieningen ervaren bij het vormgeven van de voorziening.

Colofon

Inspectie van het Onderwijs
Postbus 2730
3500 GS Utrecht
Vragen over of reageren op de nieuwsbrief? Mail het Loket Onderwijsinspectie.