< Terug naar overzicht van deze nieuwsbrief

Nummer 4, 12 februari 2016

Nieuwsmail voor professionals bij de overheid, in de wetenschap, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Over de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), een integrale visie voor de fysieke leefomgeving op lange termijn. De vernieuwing van het omgevingsrecht biedt met de omgevingsvisie een belangrijk nieuw instrument om de ambities van deze stelselherziening te vertalen naar beleid en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Een gedragen en inhoudelijk scherpe Nationale Omgevingsagenda in 2016 zal een stevig fundament leggen voor de Nationale Omgevingsvisie in 2018.

Minister Schultz neem essay van SCP in ontvangst

3 februari heeft minister Schultz van Haegen het essay ‘Niet buiten de burger rekenen! in ontvangst genomen uit handen van Andries van den Broek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).  

Het essay is geschreven op verzoek van IenM om te gebruiken als input voor de Nationale Omgevingsagenda (2016) en voor de Nationale Omgevingsvisie (2018) en maakt onderdeel uit van een serie gevraagde adviezen van o.a. PBL, AcW, CRA en RLi. Het essay behandelt de vraag welke randvoorwaarden aan de samenwerking tussen overheden, burgers en bedrijven gesteld moeten worden, willen de burgers de hen in de Omgevingswet toebedachte rol kunnen vervullen. Het SCP essay heeft een positief kritische toon. Het bevat een actieagenda in de vorm van ‘tien geboden’ gericht op invulling van het proces van de NOA/NOVI en beleidsuitvoering onder het gesternte van de Omgevingswet. Het motto van de nieuwe Omgevingswet luidt ‘eenvoudig beter’: minder regels, meer verantwoordelijkheid bij burgers, met behoud van beschermingsniveau en met voordeel voor iedereen. Het SCP denkt dat die grotere rol voor burgers niet vanzelf van de grond komt, maar dat de overheid drie randvoorwaarden moet garanderen: hoge kwaliteit van communicatie, goede antennes van overheden en oog voor de reikwijdte c.q. grenzen van participatie.
Deze randvoorwaarden zouden in de op te stellen Nationale Omgevings­visie uitdrukkelijk aan de orde moeten komen.
 
Minister Schultz gaf aan dat ze het goed vindt dat het SCP haar scherp houdt met kritische essays als deze. De minister refereerde onmiddellijk aan een eerder gesprek met o.a. het SCP waar zij had aangegeven dat inspraak in het ruimtelijk domein zo ongeveer is uitgevonden. Kim Putters (directeur SCP) gaf aan dat het essay kritisch is, maar daarbij een positieve insteek heeft, dat wil zeggen gericht op aandachtspunten voor participatie bij en beleid in de Omgevingsagenda en de Omgevingsvisie. http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2016

Pionieren met de omgevingsvisie

Om nu al vertrouwd te raken met de omgevingsvisie, één van de instrumenten uit de Omgevingswet, zijn maar liefst 28 overheden anderhalf jaar geleden in een praktijkproject aan de slag gegaan met een omgevingsvisie. Negen van hen zijn intensief begeleid door een pilotcoach en experts. Dit traject is nu afgerond. De bevindingen zijn gebundeld in een eindrapportage.

De pioniers geven aan dat het maken van een omgevingsvisie een cultuurverandering vraagt. Maar hoewel de interne betrokkenheid bij (de start van) een omgevingsvisie matig blijkt, groeit de betrokkenheid bij de pilots gedurende het traject. Dat juist een omgevingsvisie deze noodzakelijk cultuurverandering kan stimuleren, is een waardevolle les uit het praktijkproject. De rapportage bevestigt de noodzaak van een gezamenlijk implementatietraject met ruime aandacht voor cultuurverandering. Het Programma Aan de slag met de Omgevingswet ondersteunt andere overheden hierbij. Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk werken hierin samen.

In het traject waren de pilots nog niet zover om brede participatie in te zetten, of is de brede participatie wel opgepakt, maar is de vertaalslag naar de omgevingsvisie nog in volle gang. Er zijn vele methoden van participatie ingezet. Sommige pilots deden aan participatieplanning, onder meer om “participatiemoeheid” te voorkomen. Komen tot de juiste, representatieve samenstelling voor participatie blijkt lastig. In deze column beschrijft Frans Soeterbroek (De Ruimtemaker) vier redenen om de regie op het omgevingsbeleid meer bij de burger neer te leggen. Momenteel worden gesprekken gevoerd om een vervolg te geven aan het praktijktraject voor omgevingsvisies.

Energieke Stuurgroep; belangen worden gedeeld

Tijdens de vergadering van 26 januari jl. is de Stuurgroep geïnformeerd over de hoofdlijnen van de inhoudelijke kern van de Nationale Omgevingsagenda, de planning en besluitvorming. De Stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers (DG en directeursniveau) van de acht betrokken departementen. De leden van de Stuurgroep hebben reactie gegeven op de huidige denkrichting voor de agenda.

De NOA is een eerste stap richting de NOVI. Van het product NOA zijn alle acht departementen samen de afzender. Een goede interdepartementale samenwerking is daarom van belang. Bij de acht departementen is grote betrokkenheid te zien. De Stuurgroep onderstreept dat door de betrokken departementen verantwoordelijkheid te geven op relevante onderdelen van de agenda. Dit zal gebeuren door het toedelen van trekkerschap van verschillende omgevingsthema’s aan vertegenwoordigers van de betrokken departementen. Zo wordt de NOA daadwerkelijk een Rijksagenda. In maart komt de Stuurgroep weer bijeen.

Landmakerscommunity JvdR praat mee over de NOVI

Op 15 december 2015 is het Jaar van de Ruimte feestelijk afgesloten in Amersfoort. Gedurende het jaar is een groep van 749 Landmakers gevormd rondom het Jaar van de Ruimte. Deze betrokken burgers, ondernemers, natuurliefhebbers, wetenschappers en vele anderen hebben allen een bijdrage geleverd aan de uitkomsten die zijn gepresenteerd in het Manifest 2040. Nu het Jaar van de Ruimte is afgesloten betekent dit echter niet dat deze Landmakers geen plaats meer hebben binnen de Ruimtelijke Ordening. In tegendeel! Het Jaar van de Ruimte stopt, maar het vormgeven van het Nederland van morgen gaat door, onder andere door middel van de Nationale Omgevingsvisie.

Op dit moment wordt hard gewerkt aan het realiseren van de Nationale Omgevingsagenda en ook hierbij is de inspraak van Landmakers zeer wenselijk. NOVI sluit daarbij aan op het platform van landmakers door onder meer praktijken uit het manifest daarvoor actief te benaderen. De Landmakerscommunity gaat online door op de websites WijMakenNederland en WerkplaatsNovi en daarnaast wordt er rondom de Internationale Architectuur Biënnale in Rotterdam een bijeenkomst georganiseerd waarbij alle Landmakers en werkplaatsdeelnemers van harte welkom zijn om deel te nemen. Hierbij kunnen de spannende kwesties die naar boven zijn gekomen  tijdens het Jaar van de Ruimte als leidraad dienen voor de stap naar de NOA/NOVI. Zo wordt rondom de Nationale Omgevingsvisie een brede community van betrokkenen gevormd!

Focus voor NOA in Strategische Werkplaatsen

Het programmateam NOVI organiseert in het voorjaar 2016 enkele Strategische Werkplaatsen. Deze gelden als een van de stappen in het interactieve proces met andere departementen, overheden en maatschappelijk partners om de inhoud van de Nationale Omgevingsagenda (NOA) te bepalen. Naar verwachting wordt de NOA in de zomerperiode door minister Schultz van Haegen aangeboden aan de Tweede Kamer.

Tijdens de Strategische Werkplaatsen gaan we op zoek naar de samenhang tussen de resultaten uit het interactieve proces. Waar liggen betekenisvolle verbindingen en waar ontstaan spannende dilemma’s? Team NOVI organiseert vier strategische Werkplaatsen waar een ‘type verbinding’ centraal staat. Deze zijn: sector, regio, schaal en tijd. De bijeenkomsten zijn besloten. Deelnemers ontvangen een persoonlijke uitnodiging.

8 maart van 9.30-12.00 uur – Werkplaats Sectoren - Den Haag
Deze Werkplaats richt zich specifiek op de betekenisvolle verbindingen tussen sectoren. Kijk voor meer informatie over de NOA en het interactieve proces op: www.werkplaatsnovi.nl.

Agenda

16 februari van 13.00-17.00 uur – Werkplaats NOVI-opgaven vanuit perspectief provincies - locatie: Utrecht

Het doel van deze Werkplaats is om de belangrijkste ontwikkelingen, opgaven en thema’s voor de toekomst van Nederland vanuit het perspectief van provincies te verkennen en de betekenis ervan te bepalen voor de Nationale Omgevingsagenda en Nationale Omgevingsvisie. De uitdaging is om met elkaar te verkennen welke ontwikkelingen en transities gaande zijn en wat deze betekenen voor de samenwerking tussen provincies en rijk. Hoe kunnen we complementair aan elkaar zijn en elkaar versterken?

17 februari van 9.15-13.00 uur –Werkplaats Geel in Omgevingsvisies 2 – locatie: Utrecht

In de werkplaats Geel in Omgevingsvisies staat de uitvoerings- en gebiedskennis van RWS centraal. Wat kan RWS voor NOVI betekenen en wat gaat NOVI voor RWS betekenen? Dit verkennen we aan de hand van de inhoudelijke thema’s van de NOVI. De werkplaats is een verdieping van de twee eerdere werkplaatsen van Geel in Omgevingsvisies, waarop hier wordt voortgebouwd. Ook is er aandacht voor de relatie met de verschillende Provinciale Omgevingsvisies.

18 februari van 13.00-17.00 uur – Werkplaats Ruimte voor voedsel – locatie: Utrecht

In deze Werkplaats staan de drie aspecten centraal die genoemd zijn in de voedselbrief, duurzaamheid, robuustheid en gezondheid. Deze werkplaats wil inzicht geven in de ruimtelijke consequenties van deze drie aspecten. Tot welke opgaven, kansen en dilemma’s leiden deze drie trends?

29 maart van 12.00-17.00 uur – Overleg Infrastructuur en Milieu  - Locatie: Utrecht, Media Plaza
 
O.l.v. Job Cohen gaan maatschappelijke organisaties en bedrijven met elkaar in gesprek over de omgevingsthema's uit de Nationale Omgevingsagenda. Ook met een vooruitblik naar de Nationale Omgevingsvisie. Parallel buigt een burgerpanel zich over de Agenda en de visie op Nederland. Welke waarden staan centraal? Welke aanbevelingen heeft men voor het vervolgtraject? Heeft u interesse om deel te nemen en/of wilt u meer informatie? Kijk op https://www.werkplaatsnovi.nl/De+Werkplaats/Overleg+Infrastructuur+en+Milieu+OIM

Colofon

Uitgave programmateam NOVI

Heeft u vragen, opmerkingen of suggesties?

Stuur een e-mail naar: postbusnationaleomgevingsvisie@minienm.nl