< Terug naar overzicht van deze nieuwsbrief

10 november 2016

Editie 1

Naar een audiovisueel proces-verbaal in strafzaken?

Minder papier: zou het mogelijk zijn het proces-verbaal van een politieverhoor te vervangen door een audiovisuele opname van dat verhoor?
 
Hoogleraar Strafwetgeving Marc Kessler – tevens werkzaam als raadadviseur bij de directie Wetgeving van het Ministerie van Veiligheid & Justitie – stelt voor een experiment te beginnen in het strafprocesrecht: het vervangen van delen van het proces-verbaal van een politieverhoor door een audiovisuele opname van dat verhoor. In zijn oratie zet hij de mogelijke voordelen van een dergelijke werkwijze uiteen. De oratie is hier terug te lezen: https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2016/10/naar-een-audiovisueel-proces-verbaal-in-strafzaken
Marc Kessler werd per 1 oktober 2015 benoemd tot hoogleraar Strafwetgeving aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Boeken 1 en 2 in concept af

De concept wetteksten van de Boeken 1 en 2 zijn af. Hoe nu verder?
 
De concept wetteksten van de Boeken 1 (Algemene bepalingen) en 2 (Het opsporingsonderzoek) zijn gereed. Dat betekent niet dat deze Boeken al in consultatie gaan. Professor Knigge zal de concepten nu toetsen op samenhang en in december zullen de betrokken ketenpartners nog een laatste keer spreken over de inhoud van de concepten. Ook de definitieve paragrafen uitvoeringsconsequenties worden nog ingevoegd. De Minister beslist daarna hoe de definitieve consultatieversies eruit gaan zien. De Boeken 1 en 2 gaan van 16 januari 2017 tot en met 16 juni 2017 in consultatie.

Om tot de conceptversies te komen zijn vanaf januari 2014 veel gesprekken gevoerd met verschillende ketenpartners, de advocatuur en de wetenschap. Er hebben twee congressen plaatsgevonden en verschillende werkbezoeken zijn afgelegd. De Commissie Modernisering Wetboek van Strafvordering – een Commissie bestaande uit hoogleraren – heeft met alle stukken meegelezen en zal de concepten wederom toetsen voordat ze in consultatie gaan.

Paragrafen uitvoeringsconsequenties voor Boeken 1 en 2 in de maak

De paragrafen uitvoeringsconsequenties voor de Memories van Toelichting bij de Boeken 1 en 2 van het gemoderniseerde wetboek zijn bijna klaar.

Een van de belangrijke taken van het programma WSvCK is het schrijven van de paragrafen van de Memories van Toelichting die zien op de uitvoeringsconsequenties van de modernisering van het wetboek. In dit stuk wordt duidelijk gemaakt hoe die paragrafen tot stand komen en wat voor de Boeken 1 en 2 de stand van zaken is. Er wordt ook vooruit gekeken: wat gebeurt er de komende maanden?
 
Tripartiete overleggen en effectonderzoek
Binnen het programma vinden zogeheten “tripartiete” overleggen plaats. Daarbij zijn drie partijen
betrokken: Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ),  een of meer beleidsdirecties van het
ministerie en de betrokken organisaties in en om de keten (waaronder de advocatuur). In een tripartiet overleg wordt besproken welke onderdelen van een conceptwetsvoorstel volgens de deelnemers mogelijk uitvoeringsconsequenties zullen hebben. Ook worden  afspraken gemaakt over ketenbrede impactanalyses en/of effectonderzoeken. Nadat al het gewenste onderzoek is uitgevoerd, worden de resultaten daarvan  besproken in een nader overleg. Het kernteam WSvCK verwerkt de uitkomsten vervolgens tot een “paragraaf uitvoeringsconsequenties”. Deze paragraaf wordt opgenomen in de Memorie van Toelichting bij het desbetreffende wetsvoorstel. De paragraaf geeft een zo volledig mogelijk beeld van de structurele uitvoeringsconsequenties. Denk hierbij aan een af- of toename van werklasten en wijziging van werkprocessen.
 
Stand van zaken Boeken 1 en 2
Inmiddels zijn alle onderwerpen van de Boeken 1 en 2 in tripartiet verband besproken. Een aantal hoofdstukken, met name van Boek 1, zal niet of nauwelijks uitvoeringsconsequenties hebben.
Daarnaar is geen onderzoek verricht. De desbetreffende paragrafen uitvoeringsconsequenties zullen dus kort zijn. Zij zullen niet afzonderlijk in tripartiet verband worden voorgelegd. De hoofdstukken waarnaar wel onderzoek is verricht zijn:  Boek 1, hoofdstuk 8 (de getuige) en Boek 2,
hoofdstuk 3 (getuigenverhoor door opsporingsambtenaren), 6 (bevoegdheden met betrekking tot het lichaam), 7 (bevoegdheden met betrekking tot voorwerpen en gegevens), 8 (heimelijke bevoegdheden) en 10 (onderzoek door de rechter-commissaris). Concepten van de paragrafen uitvoeringsconsequenties voor deze onderwerpen zijn grotendeels besproken in tripartiete overleggen. In deze overleggen wordt overeenstemming bereikt over de tekst. Sommige paragrafen worden op korte termijn nog (nader) besproken. Daar wordt nog aan gewerkt.
 
Consequenties voor Informatievoorziening
Naast de structurele gevolgen van de wetsvoorstellen voor de uitvoering is binnen het programma WSvCK een apart spoor ingericht. Dit spoor ziet op het verkennen van de eenmalige gevolgen van de modernisering voor het domein van de informatievoorziening (IV) en informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het afgelopen jaar is in een zogenaamd Afstemmingsoverleg IV/ICT (AO IV/ICT) met ketenpartners een eerste verkenning gedaan van de gevolgen voor het IV-domein van de wijzigingen in Boek 1 en Boek 2. Belangrijke notie die partijen hierbij maken is, dat het in dit stadium gaat om een eerste indicatie. Pas wanneer in detail onderzoek wordt gedaan naar de wijze waarop de wetswijzigingen door informatievoorziening kunnen of moeten worden ondersteund,  wordt echt goed zichtbaar wat de impact is op de dan in gebruik zijnde systemen. Daarnaast zal in het AO IV/ICT worden nagedacht over de uitdagingen van de implementatie van het nieuwe wetboek.
 
Vooruitblik
Op 19 oktober zijn de integrale conceptversies van de Boeken 1 en 2 verschenen. In de maand november zullen tripartiete overleggen over de gehele Boeken 1 en 2 plaatsvinden. In deze overleggen worden de uitvoeringsconsequenties op samenhang bezien en besproken. In december zullen de integrale versies van  de Boeken 1 en 2 inclusief de paragrafen uitvoeringsconsequenties worden voorgelegd aan en besproken in de gecombineerde werkgroep Van Dijk/IJzerman. In januari 2017 start de formele consultatie. Uiteraard zit het kernteam daarna niet stil. In nauwe samenwerking met de DWJZ, de beleidsdirecties en alle betrokken ketenpartners zal het kernteam WSvCK aan de slag gaan met het inzichtelijk maken van de uitvoeringsconsequenties van de Boeken 3 tot en met 6.

Verdenkingscriteria & inzet van bevoegdheden

Naar een systeem van vijf verdenkingscriteria voor de inzet van bevoegdheden in het strafvorderlijk vooronderzoek?
 
Voor de inzet van bevoegdheden in het strafvorderlijk vooronderzoek gelden drempels (criteria). In de contourennota is een voorstel voor vereenvoudiging van de verdenkingscriteria gedaan. De differentiatie in de verdenkingscriteria lijkt op dit moment namelijk te ver doorgeschoten. Ook geeft een deel van de criteria te weinig houvast. Bij de vereenvoudiging worden twee uitgangspunten gehanteerd:

  1. het nieuwe systeem moet eenvoudig, consistent en overzichtelijk zijn en gelden voor in beginsel alle bevoegdheden in het vooronderzoek, en
  2. moet uit een oogpunt van rechtswaarborgen en effectiviteit van de opsporing evenwichtig zijn.

Voorstel contourennota en WODC-onderzoek
Voorgesteld wordt het voorlopigehechteniscriterium als criterium voor de inzet van bevoegdheden te laten vervallen. Het gaat om de welbekende zinsnede: ‘in het geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid Sv, kan…..’. In plaats hiervan wordt geopperd eenvoudigere criteria te gebruiken. Een eerste voorstel tot vereenvoudiging werd gedaan in de contourennota. Bij dit voorstel zijn in de adviezen kanttekeningen geplaatst. Deze hebben ertoe geleid dat onderzoek is gedaan naar de gevolgen van het voorstel voor de opsporing. Het onderzoek is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam (zie https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2670-vereenvoudiging-verdenkingsvoorwaarden.aspx). Uit het onderzoek kan de algemene conclusie worden getrokken dat het voorstel geen grote gevolgen heeft voor de effectiviteit van de opsporing. Dat neemt niet weg dat uit het onderzoek blijkt van een aantal aandachtspunten.
 
Aangepast voorstel
Naar aanleiding van zowel het onderzoek als de kanttekeningen die in de adviezen over de contourennota zijn geplaatst, is het voorstel bijgesteld. Nu wordt uitgegaan van vijf criteria:
1. verdenking van een strafbaar feit
2. verdenking van een misdrijf waarop gevangenisstraf is gesteld van respectievelijk 1 jaar
3. verdenking van een misdrijf waarop gevangenisstraf is gesteld van respectievelijk 2 jaar
4. verdenking van een misdrijf waarop gevangenisstraf is gesteld van respectievelijk 4 jaar
5. verdenking van een misdrijf waarop gevangenisstraf is gesteld van respectievelijk 8 jaar

Een verandering ten opzichte van het voorstel uit de contourennota is dat het tweejaarscriterium is tussengevoegd. Dit biedt enerzijds de mogelijkheid om bij bepaalde bevoegdheden waarbij aanvankelijk was overwogen om in plaats van het voorlopigehechteniscriterium het vierjaarscriterium te hanteren, uit te wijken naar het tweejaarscriterium voor zover uit het onderzoek blijkt dat het vierjaarscriterium voor de opsporing knelt. Waar aangewezen gelden compenserende maatregelen zoals toestemming van een hogere autoriteit. Anderzijds biedt dit de mogelijkheid om bij een aantal bevoegdheden waarbij aanvankelijk – in plaats van het voorlopigehechteniscriterium – het eenjaarscriterium was voorgesteld, het tweejaarscriterium te hanteren. Op deze manier wordt, indachtig de uitgangspunten van de vereenvoudiging, meer balans in het voorstel aangebracht.
Na een intensieve discussieronde is dit bijgestelde voorstel verwerkt in het concept(wetsvoorstel) tot vaststelling van Boek 2 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, waarin het opsporingsonderzoek centraal staat.

Eerste verkenning implementatiestrategie

We verbouwen, maar de winkel blijft open!
 
Op dit moment worden binnen WSvCK door ketenpartners, de advocatuur en het departement samen, de te verwachten structurele effecten van de wetsvoorstellen voor de strafrechtketen in kaart gebracht.
Voor een succesvolle invoering van het nieuwe wetboek is naast zicht op inhoudelijke onderdelen en impact echter ook tijdige gedachtenvorming vereist over de verantwoordelijkheden, bekostiging, organisatie, sturing en uitvoering van de implementatie. De implementatie wordt voor alle partijen namelijk een grote opgave, die tijd en capaciteit zal vergen terwijl het werk in de keten door moet gaan. Om deze redenen wordt nu een eerste verkenning gestart naar mogelijke implementatiestrategieën.
Als eerste stap daarin hebben de plaatsvervangend DG Rechtspleging en Rechtshandhaving en de programmamanager WSvCK de afgelopen maanden in een “bestuurlijk rondje” met de diverse ketenpartners gesprekken gevoerd over de vraag, hoe zij naar de implementatie kijken en de in de verkenning te adresseren vragen. Uit die gesprekken kwam onder andere naar voren de modernisering van het wetboek kan worden gezien als een kans voor digitalisering, informatievoorziening en ICT, maar dat er ook zorgen bestaan over de uitdagingen die de implementatie van het wetboek op dit vlak met zich mee zal brengen. Daarnaast was duidelijk dat de ketenpartners zich zelf verantwoordelijk voelen voor de implementatie, maar wel een duidelijke behoefte hebben aan ondersteuning en enige vorm van centrale regie op generieke punten. De eerste bijeenkomst van de klankbordgroep (bestaande uit vertegenwoordigers vanuit de ketenorganisaties en het departement)die de verkenning begeleidt vindt plaats op 1 november 2016.

Eerste wetsvoorstel eerste tranche treedt in werking

De wet 'Digitale processtukken' treedt op 1 december 2016 in werking. De wet 'Digitale processtukken' is onderdeel van de eerste tranche van het programma 'Modernisering Wetboek van Strafvordering'.

Van dezelfde tranche maken ook deel uit de wetsvoorstellen 'Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen' (USB) en 'Internationale samenwerking in strafzaken'. Op 21 september j.l. bracht de Tweede Kamer verslag uit over het wetsvoorstel 'Internationale samenwerking in strafzaken'. Het wetvoorstel USB werd op 4 oktober j.l. aangenomen door de Tweede Kamer.

WODC-onderzoeken

‘Geen principiële bezwaren tegen invoering van een prejudiciële procedure in strafzaken’
Het WODC-onderzoek 'De Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: een tussentijdse evaluatie in het licht van de mogelijke invoering in het strafrecht' is gereed. De onderzoekers concluderen dat er geen principiële bezwaren zijn tegen de invoering van een prejudiciële procedure in strafzaken. 
Link naar het onderzoek:
http://wodc.nl/onderzoeksdatabase/2631-prejudiciele-vraag-in-de-strafrecht-procedure.aspx
Link naar de Kamerbrief: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/modernisering-wetboek-van-strafvordering/documenten/brieven/2016/09/28/conclusie-wodc-over-de-mogelijkheid-van-een-prejudiciele-procedure-in-strafzaken

WODC-onderzoek 'Klachten tegen niet-vervolging (artikel 12 Sv-procedure)' is gereed
Het WODC-onderzoek 'Klachten tegen niet-vervolging (artikel 12 Sv-procedure)' is gereed en gepubliceerd op de website van het WODC. De kabinetsreactie zal - nadat deze is aangeboden aan de Tweede Kamer - ook raadpleegbaar zijn op de website 'Modernisering Wetboek van Strafvordering'.
Link naar het onderzoek: https://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/2446-vooronderzoek-art12-sv-procedure.aspx?cp=44&cs=6796

Colofon

Vragen of opmerkingen?

Heeft u vragen over de Modernisering Wetboek van Strafvordering? Suggesties voor een volgende Nieuwsbrief? Neem dan contact met ons op!
wsvck@minvenj.nl

Aanmelden Nieuwsbrief

Deze nieuwsbrief doorgestuurd gekregen? Aanmelden kan via: https://abonneren.rijksoverheid.nl/nieuwsbrieven

Vink de nieuwsbrief 'Modernisering Wetboek van Strafvordering' aan, voer uw e-mailadres onderaan in en druk op aanmelden. De nieuwsbrief verschijnt eens per kwartaal.

Meer informatie

U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u werkzaam bent in de strafrechtketen of omdat u zich voor deze nieuwsbrief heeft aangemeld. Voor meer informatie kunt u terecht op onze website: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/modernisering-wetboek-van-strafvordering.