Nieuwsbrieven & e-mailattenderingen

< Terug naar overzicht van deze nieuwsbrief

5 januari 2017

Een gezond en veilig 2017!

Op 1 januari bestond de ANVS (al weer) twee jaar. In deze periode zijn we er in geslaagd een herkenbare positie te verwerven in de wereld van de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming - zowel nationaal als internationaal - als onafhankelijk toezichthouder op de veiligheid en als bron van kennis en informatie.

Het is mooi om te zien hoe de vier oorspronkelijke onderdelen die de ANVS zijn gaan vormen, zijn getransformeerd tot die ene herkenbare organisatie. Daaraan heeft het transitieprogramma dat we hebben doorlopen bijgedragen. Bovenal komt het door de passie en betrokkenheid van onze medewerkers, die verbindt. We hebben in de afgelopen jaren menig nieuwe collega verwelkomd en het is goed om te zien hoe de ANVS er in slaagt nieuwe collega’s met veel kennis en ervaring aan zich te binden. Kennisontwikkeling staat hoog in het vaandel van onze organisatie en in dat kader hebben zes collega’s in het afgelopen jaar het zware programma Stralingsdeskundige niveau 2 gevolgd.

Samenwerking
Alle medewerkers zetten zich, elke dag weer, in voor de veiligheid. In een periode waarin nucleaire veiligheid en stralingsbescherming als thema’s hoog op de agenda staan van publiek, politiek, bestuur, NGO’s  en media. Het was niet altijd eenvoudig, de organisatie opbouwen terwijl 'de winkel open was', maar met veel inzet (en overuren) zijn we er in geslaagd te komen waar we nu zijn: een herkenbare, professionele en deskundige organisatie, die samen werkt met veel andere organisaties zoals departementen, veiligheidsregio’s en natuurlijk in ons ruime internationale netwerk. Met name geldt dit voor de intensieve samenwerking met onze Belgische collega’s van het FANC, vanwege de grote aandacht die in Nederland bestaat voor de veiligheidsituatie van de kerncentrales in België.

Onafhankelijke positie
Naar verwachting op 1 juli van dit jaar wordt de ANVS formeel een Zelfstandig Bestuursorgaan, waarmee de onafhankelijke positie wordt geformaliseerd. De komende tijd zal de laatste hand worden gelegd aan belangrijke documenten, die het bestuur zal gebruiken om de strategie en het beleid van de ANVS vorm te geven. Te denken valt aan de vergunning- en handhavingstrategie en het communicatiebeleid, zowel ten aanzien van publieksvoorlichting en risiscocommunicatie als van communicatie over storingen. Het volledig herziene besluit Stralingsbescherming, dat naar verwachting in 2018 gereed zal zijn, biedt de basis voor het te voeren veiligheidsbeleid met betrekking tot stralingsbescherming. Van belang voor het werk van de ANVS zal ook zijn het rapport van de Hoogambtelijke werkgroep, die het Kabinet heeft ingesteld om te adviseren over de toekomst van het nucleaire landschap van Nederland. Ook de beveiligingstaak van de ANVS zal zich verder ontwikkelen, mede in het licht van toenemende terreurdreiging en de risico’s van cybercrime.

Het voornemen bestaat om kort na de zomer met onze stakeholders van gedachten te wisselen over deze en andere onderwerpen die ons verbinden. Houdt u daarvoor de berichten in de gaten.

Ik wens alle lezers van dit Kwartaalbericht een gezond en veilig 2017!

Jan van den Heuvel, algemeen directeur ANVS

ANVS voorziet veiligheidsregio’s van kennis

In de veiligheidsregio’s in Nederland werken verschillende besturen en diensten samen aan de uitvoering van taken op het gebied van crisisbeheersing en veiligheid. De ANVS stelt kennis beschikbaar om de regio’s hierbij te ondersteunen. Nico van Mourik is algemeen directeur bij de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en sinds 1 juli 2016 projectleider van het project Strategische Agenda van de veiligheidsregio’s, waar de versterking van risico- en crisisbeheersing bij stralingsincidenten onderdeel van uitmaakt. Hij vertelt waar de veiligheidsregio’s behoefte aan hebben om hun rol zo goed mogelijk te kunnen vervullen.
 
‘Over kernenergie en stralingsincidenten is bij het brede publiek minder bekend dan bijvoorbeeld over wateroverlast’, zegt Van Mourik. ‘Aan de grens met België heerst onrust en onzekerheid in verband met de kerncentrales in Doel en Tihange. Men heeft een daar wel een beeld over, maar vaak kent men de feiten niet. Er is behoefte aan meer kennis over de risico’s en over wat je moet doen, mocht het een keer fout gaan.’

Informatievoorziening
De veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor de informatievoorziening binnen hun gebied. De landelijke verantwoordelijkheid ligt bij het Veiligheidsberaad. Om de veiligheidsregio’s te helpen hun verantwoordelijkheid waar te maken, ondersteunt de ANVS ze met kennis. Op dit moment ontwikkelt de communicatieafdeling van de ANVS tools voor risicocommunicatie. De resultaten worden in het eerste kwartaal van 2017 verwacht. Van Mourik: ‘We moeten vooral informatie geven over jodiumprofylaxe en over vluchten of schuilen. Daar iets over uitleggen draagt bij aan de zelfredzaamheid van burgers.’

Samenwerking
Over de samenwerking met de ANVS zegt Van Mourik: ‘De ANVS is deskundig, behulpzaam en goed bereikbaar.’ Ook is hij erg blij dat de ANVS in 2015 aan alle veiligheidsregio’s de zogenoemde ‘B-objecten’ bekend heeft gemaakt. Dit zijn bedrijven en inrichtingen die gebruik maken van radioactieve bronnen. Ook ziekenhuizen behoren hiertoe, vanwege het radioactief materiaal dat daar gebruikt wordt voor de behandeling van patiënten en het stellen van diagnoses. Van Mourik: ’Dankzij deze informatie kunnen wij de operationele hulpdiensten beter toerusten op stralingsincidenten.’

Nico van Mourik start per 1 maart 2017 in een nieuwe functie als algemeen directeur bij de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, een samenwerkingsverband van 27 gemeenten en de provincie Noord-Brabant. De ANVS feliciteert hem hiermee en wenst hem veel succes!

Meer informatie:
Incidenten met A- en/of B-objecten

ANVS en RIVM: wie doet wat bij meldingen over radioactiviteit?

De ANVS besteedt een aantal taken uit aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Dit zijn onder andere werkzaamheden op het gebied van stralingsbescherming, zoals het uitvoeren van metingen in het stralingslaboratorium. Martijn de Meulmeester, inspecteur bij de ANVS, en Pieter Kwakman, chemicus bij het RIVM, vertellen hoe de ANVS en het RIVM samenwerken bij meldingen over radioactiviteit.

‘Meldingen over radioactieve stoffen komen binnen bij het meldpunt van de Inspectie Leefomgeving en Transport of, in noodgevallen, bij de crisislijn van de ANVS’, zegt De Meulmeester. ‘Vervolgens worden ze doorgezet naar de inspecteur van dienst.’ Bij de ANVS werken vijf inspecteurs die om beurten de semafoon bij zich hebben. Per jaar krijgt de ANVS tussen de 300 en 400 meldingen van schrootbedrijven, de douane of vergunninghouders.

Slakkenwol
Volgens het Besluit detectie radioactief besmet schroot zijn bedrijven die een bepaalde omzet aan schroot hebben, verplicht om detectieapparatuur voor radioactiviteit te installeren. Als het alarm afgaat, moeten zij dit melden bij de ANVS. ‘Sinds we een inspectierichtijn hebben opgesteld, hebben dit soort meldingen een zelfregulerend karakter’, vertelt De Meulmeester. ‘In de richtlijn staat precies beschreven hoe de bedrijven moeten handelen. Ze schakelen zelf een bedrijf in dat op locatie de lading uitsorteert en onderzoekt. Wij monitoren vanaf de zijlijn of het proces goed wordt gevolgd. En als er op de slooplocatie nog meer radioactief materiaal aanwezig is, starten we een vervolgonderzoek.’ De inspecteur kan een project ook stilleggen. Dit gebeurt vaak als er radioactief slakkenwol aanwezig is, isolatiemateriaal dat in de jaren ‘50 tot ‘70 veel is toegepast in bijvoorbeeld branddeuren. ‘Slakkenwol is vergunningplichtig’, zegt De Meulmeester. ‘Voordat ze verder kunnen met slopen, moet dit gesaneerd worden. Ook dat proces begeleiden we.’ 

Douane
Zo’n 30 meldingen per jaar komen van de douane. Het gaat dan vaak om consumenten- of gebruiksartikelen van roestvrij staal voor de industrie, die verontreinigd zijn met radioactieve stoffen. De Meulmeester: ‘Deze goederen komen meestal uit Azië, bijvoorbeeld India en China. Je kunt denken aan een gesp van een damestas of het metaal in een parfumflesje. We hebben ook schoenen aangetroffen.’ In smelterijen in Aziatische landen worden soms radioactieve bronnen mee gesmolten, zoals kobalt 60, dat zich aan het materiaal hecht. Vanwege het Besluit detectie radioactief besmet schroot komt dit in Nederland niet voor.

Siernagels
Bij meldingen van de douane schakelt de ANVS het RIVM in om de radioactiviteit te meten, omdat zij over meer gespecialiseerde apparatuur beschikken. ‘We nemen ter plekke een steekproef’, zegt RIVM’er Kwakman. ‘De schoen die de ANVS aantrof, hebben we meegenomen naar het stralingslaboratorium en helemaal uit elkaar gehaald. Er bleken metalen siernagels in de neus te zitten. Deze gaven een niet toegestane hoeveelheid straling af’. Het RIVM stelt vervolgens een rapport op en stuurt dat naar de ANVS. Daarna wordt het artikel óf - onder gestelde voorwaarden – teruggezonden naar het land van herkomst óf afgevoerd naar de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA).

Woonboot
Ook bij incidenten waarbij brandweer en politie aanwezig is, wordt vaak ondersteuning van het RIVM ingeroepen. De Meulmeester en Kwakman noemen het voorbeeld van een woonboot vol attributen waarin radium was verwerkt, zoals drinkbekers en wijzerplaten van horloges. Kwakman: ‘De eigenaar handelde in deze spullen via internet. Omdat de woonboot in een dichtbevolkt gebied in Amsterdam lag en er bij brand grote onrust zou ontstaan, had de politie uit voorzorg de brandweer erbij geroepen. Er was hier duidelijk sprake van een overtreding en er volgde een pittig proces-verbaal.’ Het RIVM heeft een beëdigd deskundige in dienst die de ANVS in de rechtbank ondersteunt en het meetrapport toelicht.

Samenwerking
De Meulmeester vindt het erg handig dat het RIVM er in dit soort gevallen bij is. ‘Ik kan me dan concentreren op mijn toezichtstaak en vragen van de brandweer en politie beantwoorden, terwijl zij bezig zijn met het opruimen en het transport. Een ideale samenwerking’.

Meer informatie
Besluit detectie radioactief besmet schroot

Workshop over internationale samenwerking bij een nucleaire noodsituatie

Tijdens een grensoverschrijdende nucleaire noodsituatie moet de bevolking aan beide zijden van de grens zich op dezelfde manier beschermd voelen. Dit willen de hoofden van de bevoegde gezagen van de EU-lidstaten inzake stralingsbescherming (HERCA) en de hoofden van de bevoegde gezagen voor nucleaire veiligheid van Europese landen met een kernenergieprogramma (WENRA). De organisaties willen dit bereiken door de beschermingsmaatregelen van de Europese landen beter op elkaar af te stemmen. Van 13 tot 15 juni 2016 organiseerden zij een workshop hierover in Bled, Slovenië. Willy Steenbakkers, senior crisiscoördinator bij het Nationaal Crisiscentrum (NCC) was hierbij aanwezig, samen met Marjolein Groot van de ANVS.
 

De workshop over de zogenoemde ‘HERCA-WENRA Approach’ – opgesteld door de Working Group on Emergencies van de HERCA - werd bezocht door 78 afgevaardigden uit 23 landen en van internationale organisaties zoals de International Atomic Energy Agency (IAEA), de Europese Commissie (EC) en de Nuclear Energy Agency (OECD/NEA). ‘De HERCA en de WENRA wilden er vooral achter komen met wie ze contact moeten opnemen om hun ideeën een stapje verder te krijgen in de wereld van het crisismanagement’, zegt Steenbakkers. ‘Wie moeten ze bijvoorbeeld benaderen bij de IAEA, wie bij de EU en wie bij de nationale autoriteiten?’

Vijf regio’s
Tijdens de workshop hebben de deelnemers vijf gebieden geïdentificeerd met kerncentrales in de buurt van nationale grenzen. Het grensgebied tussen België en Nederland is daar één van. Het is de bedoeling dat deze regio’s als eerste aan de slag gaan met de uitvoering van de HERCA-WENRA aanpak. Volgens Steenbakkers keken de deelnemers ook naar wat er al goed gaat in deze grensregio’s en welke lessen ze daaruit kunnen trekken en met elkaar kunnen delen.

Conclusies
Vertrouwen tussen de autoriteiten die over stralingsbescherming en nucleaire veiligheid gaan en de  autoriteiten op het gebied van crisismanagement is van fundamenteel belang voor de snelle en betrouwbare informatievoorziening en communicatie die nodig zijn in de beginfase van een nucleair ongeval. Dat was na afloop van de workshop één van de conclusies. Deze workshop was een eerste stap naar meer samenwerking tussen de bij crisismanagement betrokken partijen.
 
Samenwerking
Op nationaal niveau wierp de samenwerking alvast vruchten af. ‘Het is goed dat we dit als Nederland vanuit twee verschillende invalshoeken hebben aangepakt’, aldus Steenbakkers. ‘Tijdens de workshop konden we met elkaar discussiëren over de juiste aanpak. Dit was erg nuttig voor de samenwerking tussen ANVS en het NCC.’
 
Meer informatie

Emergency Preparedness and Response

Workshop on the implementation of the HERCA-WENRA Approach with participation of Civil Protection Competent Authorities 

Publieksonderzoek naar beleving, kennis en informatiebehoeften

Publieksvoorlichting is één van de taken van de ANVS. Om deze taak goed te kunnen uitoefenen, is het belangrijk dat de ANVS op de hoogte is van wat het Nederlandse publiek vindt, weet en wil weten over haar onderwerpen. Daarom heeft de ANVS de Maatschap voor Communicatie gevraagd een publieksonderzoek uit te voeren naar beleving, kennis en informatiebehoeften rondom radioactieve straling en nucleaire toepassingen. De resultaten van het onderzoek zal ANVS gebruiken om de communicatie nog beter af te stemmen op de wensen van het publiek. Het onderzoek vindt plaats in de eerste helft van 2017.

Statistieken website ANVS, vierde kwartaal 2016

De pagina ‘aanvragen en melden’ was het afgelopen kwartaal het best bezochte onderdeel op de ANVS-website (respectievelijk 1.771, 1.756 en 1.457 unieke paginaweergaves). Het onderwerp “stralingsbescherming” is als beste onderwerp bekeken (71, 147 en 147 unieke paginaweergaves). In oktober is het nieuwsbericht “IAEA: NRG heeft een goede veiligheidscultuur opgebouwd” het beste gelezen (110 keer). In september bekeken 92 bezoekers het nieuwsbericht “Handreiking conventionele technische randvoorwaarden voor nucleaire inrichtingen gepubliceerd” en 30 bezoekers lazen het nieuwsbericht “Aanvraag tot wijziging Kernenergiewetvergunning NRG ter inzage” in december. Het formulier “melding röntgentoestellen” was in oktober (167), in november (145) en in december (110) het document dat het meest is gedownload, gevolgd door de “Handreiking conventionele technische randvoorwaarden voor nucleaire inrichtingen” dat in november 48 keer gedownload is.

Colofon

Dit kwartaalbericht is een uitgave van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming