Nieuwsbrieven & e-mailattenderingen

< Terug naar overzicht van deze nieuwsbrief

1 september 2015

Geen invoer meer mogelijk voor jachttrofeeën van Afrikaanse olifant

paraplubak gemaakt van de olifantenpoot

De Wetenschappelijke Autoriteiten van de EU-lidstaten hebben onlangs besloten het negatief advies op de invoer van jachttrofeeën uit diverse Afrikaanse landen te continueren. Het gaat hierbij om jachttrofeeën vervaardigd van Afrikaanse olifanten (Loxodonta africana) uit Mozambique, Tanzania en Zambia. De reden hiervoor is dat de omvang van de illegale stroperij in deze landen zorgwekkend groot is. Ze vinden daarom dat plezierjacht en de (niet-commerciële) handel in deze trofeeën (ook) schadelijk is voor de instandhouding van de wilde populaties in deze landen.

 

Voor CITES zijn jachttrofeeën voorwerpen die (deels) gemaakt zijn van dieren die door de jager zelf zijn geschoten voor persoonlijk gebruik. De jager moet hiervoor toestemming hebben gekregen van het land waar het dier is geschoten. Nu het negatief advies wordt gecontinueerd, verstrekt het CITES-bureau geen invoervergunningen voor jachttrofeeën van olifanten uit Mozambique, Tanzania en Zambia. Ook niet wanneer deze landen de jager hiervoor wel toestemming hadden gegeven.

CITES en antiek

Oude voorwerpen die (deels) gemaakt zijn van CITES-soorten zorgen regelmatig voor onduidelijkheid. Wanneer zijn zij nu antiek? Hoog tijd voor een nadere kennismaking.

 

Voor CITES worden voorwerpen als antiek aangemerkt, als aan alle volgende criteria wordt voldaan:

- de voorwerpen vóór 3 maart 1947 zijn gemaakt (d.w.z. 50 jaar voor de CITES-overeenkomst);

- de toestand grondig verschilt van de natuurlijke ruwe staat;

- de voorwerpen zijn gemaakt als juweel, decoratie, kunstvoorwerp, gebruiksvoorwerp of muziekinstrument; en

- er geen verder snijwerk, bewerking of afwerking nodig is.

 

Formeel moet dit naar tevredenheid van het CITES-bureau of handhavende instantie (zoals de NVWA) aangetoond kunnen worden. Maar hoe kun je dit aantonen? Wanneer is iets wel of juist niet antiek? Hieronder leggen we dit aan de hand van voorbeelden uit.

 

Aantoonbaar antiek
Door een taxatierapport van een (gecertificeerde) taxateur of antiekhandelaar te overleggen kunt u aantonen dat het voorwerp vóór 1947 is gemaakt. Ook originele aankoopbewijzen en gedateerde krantenartikelen, waarin de voorwerpen worden beschreven, kunnen gebruikt worden om de herkomst aan te tonen. Wanneer het gaat om voorwerpen van risicovolle soorten, zoals olifant, neushoorn en tijger, is het wenselijk om de verklaring door een onafhankelijke expert op te laten stellen. Het CITES-bureau kan bij twijfel ook zelf onderzoek laten doen.

 

De leeftijd van een voorwerp is op zichzelf niet voldoende om een voorwerp antiek te verklaren. Het voorwerp mag namelijk ná 1947 niet meer verder bewerkt zijn. Denk aan een ivoren biljartbal uit 1910, die in 1965 is verwerkt tot een handvat voor een wandelstok. Verder hoeft de huidige eigenaar het voorwerp niet zelf voor 1947 verkregen te hebben.

 

Voorwerp verschilt duidelijk van natuurlijke ruwe staat
Hoorns, (slag)tanden, huiden en beenderen worden over het algemeen niet als antiek gezien, tenzij deze grondig verschillen van hun natuurlijke staat. Bijvoorbeeld door snijden, graveren of in een andere vorm brengen. Deze voorwerpen hebben daardoor veelal een nieuwe en eigen (artistieke) waarde gekregen. Ook moet het proces onomkeerbaar zijn. Polijsten of het voorwerp op een ondergrond monteren, voldoen daarom niet aan de criteria. Schildpadschilden, schedels of hoorns die op een plaquette zijn gemonteerd, worden bijvoorbeeld niet als antiek aangemerkt. Een geprepareerd dier kan wel weer in aanmerking komen als antiek.

 

Vervaardigd voor een bepaald doel
Antieke voorwerpen moeten duidelijk bewerkt zijn met als doel het als juweel, decoratie, kunstvoorwerp, gebruiksvoorwerp of als muziekinstrument te gebruiken. Dit betekent dat het voorwerp in principe niet verder mag worden bewerkt, behalve voor reparatie. Een antieke ivoren biljartbal, die opnieuw gesneden is naar een handvat van een wandelstok, is niet langer antiek. Dat komt doordat de biljartbal een andere functie heeft gekregen. 

 

Slagtanden en neushoornhoorns; antiek of niet?
Voor ivoor van olifanten geldt dat onbewerkte slagtanden niet voor antiek in aanmerking komen, tenzij zij voor ten minste 90% zijn bewerkt. Licht snij- of graveerwerk, waarbij de slagtand overwegend in de ruwe staat blijft, komen niet in aanmerking als antiek. Ditzelfde geldt ook voor neushoornhoorn, behalve de ‘90%-regel’. Voor neushoornhoorn geldt bovendien dat voorwerpen die in een niet of nauwelijks bewerkte hoorn zijn ingebracht, niet in aanmerking komen als antiek. Denk hierbij aan een (gepolijste) hoorn waarin een inktpot is verwerkt.

 

Nederland hanteert overigens een algeheel verbod op de handel in neushoornhoorn, dat ook geldt voor antiek. Neushoornhoorn mag hierdoor überhaupt niet worden verhandeld. Sinds dit jaar geldt ook een verbod op de wederuitvoer van (pre conventie) ruwe ivoren slagtanden. Zie ook onze nieuwsbrief van maart/april 2015.

 

Mate van renovatie
Voorwerpen lopen gedurende hun leven beschadigingen op die hersteld moeten worden. Welke reparaties/renovaties zijn dan nog toelaatbaar om de antiekstatus te behouden? Dit is het geval voor voorwerpen die gerepareerd worden met materiaal dat ook antiek is, of dateert uit de tijd dat het nog niet onder de CITES-overeenkomst viel (pre-conventie). Zo behoudt een met schildpadschild ingelegde theebus zijn ‘antiekstatus’, als deze met stukken uit een andere theebus wordt gerepareerd. Dit is niet het geval voor vloerdelen van Braziliaans palissander (Dalbergia nigra) van vóór 1947, die gebruikt worden om er gitaren van te maken. Ook twee beschadigde voorwerpen die samengevoegd worden tot één nieuw voorwerp, verliezen hun ‘antiekstatus’. Bijvoorbeeld de twee theebussen uit het eerdere voorbeeld, die volledig uit elkaar worden gehaald om van de onbeschadigde delen een nieuwe theebus te maken.

 

Beoordeling door CITES-bureau
Denkt u dat een oud voorwerp antiek is? Dan moet u dit zelf aan kunnen tonen. Hiertoe levert u alle benodigde informatie aan bij uw aanvraag. Het CITES-bureau heeft geen experts in huis, maar beoordeeld aan de hand van de aangeleverde informatie, geldende wetgeving en de volgende vragen:

- Is er duidelijk bewijs dat het voorwerp verkregen of gemaakt is voor 3 maart 1947?

- Verschilt het voorwerp duidelijk van de natuurlijke ruwe staat en is dit onomkeerbaar?

- Valt het duidelijk in één van de vier categorieën: juweel/decoratie, kunstvoorwerp, gebruiksvoorwerp of muziekinstrument?

- Is het na 3 maart 1947 nog verder bewerkt (reparaties of renovaties niet meegerekend)?

 

Antiek, en dan?
Is een voorwerp antiek? Dan geldt binnen (het grondgebied van) de Europese Unie een vrijstelling. Het voorwerp mag zonder EU-certificaat worden overgedragen. Voor overdrachten over de grenzen van de Europese Unie zijn altijd CITES-vergunningen nodig.

Transactie specifieke certificaten: twee werkwijzen

Binnen de Europese Unie worden transactie specifieke certificaten op twee manieren gebruikt door de CITES Management Autoriteiten. Dit komt door een verschil in interpretatie van de wetgeving.  Lastig, want hierdoor ontstaat –begrijpelijkerwijs- verwarring bij het publiek over de te volgen procedure.
 
Transactie specifieke certificaten worden verleend aan Bijlage A dieren die alleen voor niet-commerciële doeleinden verhandeld mogen worden, of dieren die (nog) niet voorzien kunnen worden van een merkteken. De lidstaten van de Europese Unie verschillen echter van mening over het al dan niet terugsturen van het EU-certificaat,  nadat  de transactie heeft plaatsgevonden. Dit komt doordat zij verschillend naar de wetgeving kijken. De afgelopen jaren is geprobeerd consensus te bereiken over de interpretatie en een uniforme werkwijze af te spreken, maar dit is helaas niet gelukt.
 
Certificaat blijft bij het dier
Transactie specifieke certificaten zijn EU-certificaten die geldig zijn voor eenmalige overdracht door de houder genoemd in vak 1. De houder mag hiermee het dier (eenmalig) overdragen. Het certificaat blijft bij het dier en de nieuwe eigenaar mag hiermee ook het dier onder zich houden. Het certificaat dient hiermee als bewijs van rechtmatige verwerving.
 
Althans, zo werkt het in Nederland en de meeste andere EU-lidstaten. Wil nu de nieuwe eigenaar het dier opnieuw overdragen? Dan moet eerst een nieuw EU-certificaat worden verkregen. Het oude, originele EU-certificaat wordt dan ingenomen.
 
Certificaat blijft achter bij de houder
Het Verenigd Koninkrijk en Zweden gaan hier anders mee om. Aan de houder (in vak 1) wordt een transactie specifiek certificaat afgegeven. Hiermee mag het dier worden overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Het certificaat blijft echter bij de houder/voormalige eigenaar. Die stuurt het document direct na de overdracht terug aan de CITES Management Autoriteit, die het EU-certificaat heeft afgegeven. Dit betekent dat de nieuwe eigenaar geen origineel EU-certificaat heeft bij het dier. Hierdoor wordt het lastig om de legale herkomst aan te tonen of een nieuw certificaat aan te vragen. De houder/voormalige eigenaar geeft daarom vaak een kopie van het verstrekte EU-certificaat met het dier mee.
 
Hoe gaan we hiermee om?
Omdat het niet gelukt is om overeenstemming te bereiken over een uniforme werkwijze, blijft de situatie voorlopig ongewijzigd. Het is daarom verstandig om altijd een kopie van het EU-certificaat te vragen bij een overdracht. Zo kunt u toch de legale herkomst aantonen en/of een nieuw EU-certificaat aanvragen. Het CITES-bureau kan met de kopie van het EU-certificaat navraag doen bij de instantie van afgifte. Bijvoorbeeld om te verifiëren of het originele EU-certificaat inderdaad retour is gestuurd.

Colofon

Telefoon
Heeft u vragen over deze nieuwsbrief of over CITES?
U kunt ons op werkdagen bellen tussen 8.30 en 17:00 uur: 088 – 042 42 42
Ook wanneer u vanuit het buitenland belt.

Opdrachtgever
De CITES-overeenkomst wordt in Nederland uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Daarmee levert Nederland een bijdrage aan het behoud van biodiversiteit.

E-mail
Voor al uw vragen en opmerkingen over het elektronisch aanvragen, ga naar mijn.rvo.nl/contactformulier
Voor inhoudelijke vragen stuurt u een e-mail naar: cites@rvo.nl
 
Aanmelden
Wilt u deze nieuwsbrief voortaan ook zelf ontvangen?
Meld u dan hier aan.