Nieuwsbrieven & e-mailattenderingen

Het criterium terugverdientijd in businesscases

In de leerboeken is de terugverdientijd als volgt gedefinieerd: “terugverdientijd is de tijd benodigd voor een project om voldoende kasstromen te genereren om alle tot dan toe verrichte uitgaven (inclusief de investering) terug te verdienen”. De terugverdientijd wordt gebruikt in de onderbouwing voor het nemen van beslissingen en kan op verschillende manieren worden ingevuld.

Allereerst kan een maximaal acceptabele terugverdientijd gehanteerd worden, waarbij projecten met een kortere terugverdientijd dan de maximale terugverdientijd geaccepteerd worden en projecten met een langere terugverdientijd niet. Daarnaast kan de terugverdientijd als een indicatie van risico meegenomen worden (hoe langer de terugverdientijd, hoe hoger het risico). De maximaal acceptabele terugverdientijd is geen vast getal maar hangt samen met een aantal factoren: het type project (uitbreiding, vervanging, innovatie), het type investering (ICT, gebouwen, infrastructuur, energie etcetera), het verwachte risico van het project (welke onzekerheden, lange en korte termijn) en de levensduur van de investering. De maximaal acceptabele terugverdientijd wordt vaak vooraf beleidsmatig bepaald en reflecteert de mate van risico-acceptatie van een organisatie.

Daarnaast kent de terugverdientijdmethode beperkingen. Het houdt niet volledig rekening met de tijdswaarde van geld, hoewel dit zwakke punt opgelost kan worden door te rekenen met verdisconteerde kasstromen. Ten tweede houdt het geen rekening met kasstromen die plaatsvinden nadat het project is terugverdiend. Tot slot is de maximaal acceptabele terugverdientijd slechts op een subjectieve wijze bepaald (bijvoorbeeld om risico’s beheersbaar te houden).

Daarom is het advies om verstandig om te gaan met het criterium terugverdientijd. Bedenk dat bij een hoog investeringsbedrag en langetermijnprojecten een langere terugverdientijd verwacht kan worden dan bij kortlopende, kleine projecten. Relateer een terugverdientijd aan de levensduur van een project. Een terugverdientijd van zeven jaar heeft een andere betekenis voor een project met een levensduur van tien jaar dan voor een project met een levensduur van veertig jaar. Gebruik de terugverdientijd als een indicatie van het te lopen risico:  hoe korter de terugverdientijd, hoe lager de risicoblootstelling.

Conclusie is dat in een publieke businesscase het criterium terugverdientijd goed gebruikt kan worden, maar wel in aanvulling op andere beslisinformatie, zoals de netto contante waarde (NCW) en het rendement. Daarnaast wordt aanbevolen om de terugverdientijd te berekenen op basis van verdisconteerde kasstromen en in acht te nemen dat de maximale terugverdientijd een subjectief gegeven is.