Nieuwsbrieven & e-mailattenderingen

Artikel 23 en de vrijheid van onderwijs

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft de Onderwijsraad artikel 23 van de Grondwet tegen het licht gehouden. Een van de conclusies in het advies 'Artikel 23 Grondwet in maatschappelijk perspectief' is dat de vrijheid van onderwijs nog steeds een goede basis vormt voor het onderwijsstelsel in Nederland, maar dat er meer ruimte moet komen voor het stichten van scholen. Artikel 23 leidt tot diversiteit in het onderwijs en het garandeert ook dat de kwaliteit op orde is. Staatssecretaris Dekker heeft vorig jaar aan de Tweede Kamer geschreven dat hij het advies van de Onderwijsraad onderschrijft en de grondslag om een school te stichten wil verruimen.

Op 29 september 2014 heeft de Tweede Kamer met staatssecretaris Dekker van gedachten gewisseld over het advies van de Onderwijsraad en de beleidsreactie van de staatssecretaris. De Kamer stond positief tegenover de plannen van Dekker om het wettelijk mogelijk te maken scholen te stichten die niet zijn gebaseerd op een godsdienstige richting of levensovertuiging. Het scholenaanbod kan zo beter aansluiten bij de wensen van ouders. Daarnaast is uitgebreid gesproken over onderwerpen die hiermee te maken hebben, zoals leerlingenvervoer en thuisonderwijs.

Vrijheid van stichting
Artikel 23 stelt openbare en bijzondere scholen financieel en kwalitatief aan elkaar gelijk, en regelt ook de verhouding tussen de overheid en de onderwijsinstellingen. De stichting van bekostigde bijzondere scholen gebeurt nu nog op basis van een erkende 'richting' (bijvoorbeeld rooms-katholiek, protestants-christelijk of algemeen bijzonder). Omdat onze samenleving is veranderd, vindt Dekker dat het mogelijk moet worden een nieuwe school te stichten, zonder dat de richting daarbij een rol speelt. Hij wil overigens wel duidelijke voorwaarden stellen aan deze nieuwe vrijheid voor het oprichten van een school.

Richtingvrije planning houdt in dat de richting van een school niet meer meeweegt als criterium voor stichting. Er wordt alleen nog onderscheid gemaakt tussen openbare scholen en bijzondere scholen. De Kamer steunde het voornemen van de staatssecretaris, maar wil ook geïnformeerd worden over de uitwerking en de praktische uitvoerbaarheid van het plan. De staatssecretaris komt nog deze kabinetsperiode met een wetsvoorstel. Hij heeft toegezegd eerst onderzoek te doen naar de effecten van richtingvrije planning.

Leerlingenvervoer op basis van richting
Bij de vrijheid van onderwijs hoort ook de vrijheid om een school te kiezen. Ouders die vanwege hun geloofsovertuiging of levensbeschouwing kiezen voor een school die verder weg ligt, kunnen volgens de huidige wet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer van hun kinderen. Verschillende Kamerleden hebben aangegeven dat zij het systeem van leerlingenvervoer op basis van richting graag veranderd zien. Voor vrijwel iedere leerling is er tegenwoordig een basisschool in de buurt te vinden. Bovendien zijn de vervoersmogelijkheden veel groter dan vroeger.

De staatssecretaris heeft aangegeven iets in deze redenering te zien, maar heeft besloten om op dit moment geen veranderingen door te voeren in het leerlingenvervoer op basis van richting. Hij wil eerst de gevolgen van leerlingendaling in diverse gebieden in Nederland afwachten. Wel zal hij voor de zomer van 2015 enkele scenario’s ontwikkelen voor het leerlingenvervoer. Hij benadrukte dat vervoer ten behoeve van leerlingen in het speciaal onderwijs een taak van de overheid is en blijft. Alle deelnemers aan het overleg in de Tweede Kamer waren het hiermee eens.

Thuisonderwijs
Ten slotte is gesproken over de mogelijkheid die ouders nu hebben om voor hun kind een volledige vrijstelling te krijgen van de Leerplichtwet, als zij bezwaar hebben tegen de richting van alle scholen in hun omgeving. De ouders zijn op dat moment niet verplicht om voor vervangend onderwijs te zorgen. Het is dan ook de vraag of deze kinderen wel onderwijs krijgen, en zo ja, of de kwaliteit voldoende is. Een meerderheid van de Kamer gaf aan dit een onwenselijke situatie te vinden. Ieder kind heeft immers recht op onderwijs.

Tegelijkertijd was een meerderheid ervoor om maatwerk mogelijk te maken door tijdelijk of gedeeltelijk onderwijs op een andere locatie dan de school toe te staan. Daarbij vroegen de Kamerleden om garanties voor de kwaliteit van zulk onderwijs. De staatssecretaris heeft toegezegd te inventariseren aan welke voorwaarden een dergelijke vorm van onderwijs zou moeten voldoen. Hierover heeft hij de Tweede Kamer nader geïnformeerd in zijn brief van 27 oktober 2014.