Leerlingendaling

Leerlingendaling
Het aantal leerlingen in Nederland daalt. Dat heeft gevolgen voor het onderwijs. In regio’s met forse daling kunnen niet alle scholen open blijven. Op 23 mei 2014 heeft staatssecretaris Dekker een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met de uitwerking van maatregelen rond de gevolgen van de leerlingendaling in het primair en voortgezet onderwijs. Op 30 juni heeft hij daarover met de Tweede Kamer gesproken. Uitgangspunt van de brief is dat scholen en schoolbesturen zorgen voor een goed en toekomstbestendig onderwijsaanbod bij dalende aantallen leerlingen. Zij doen dat in onderlinge samenwerking en in samenwerking met gemeenten en andere organisaties die voor leerlingen werken. OCW zorgt voor de randvoorwaarden die schoolbesturen in staat stellen hun verantwoordelijkheid waar te maken.


Maatregelenpakket
De maatregelen zijn een uitwerking van de visie op leerlingendaling die de staatssecretaris op 29 mei 2013 heeft gepresenteerd in het Zeeuwse Wolphaartsdijk. In het Regeerakkoord is afgesproken dat in krimpgebieden alle vormen van samenwerking tussen scholen mogelijk moeten zijn en dat denominatie noch de fusietoets daar een belemmering voor mogen vormen. De stappen die worden gezet zijn het resultaat van een intensief debat met de Tweede Kamer, de sector en belangengroeperingen over de ‘krimpaanpak’.
Het kabinet is van mening dat maatwerk nodig is om een onderwijsaanbod te realiseren dat aansluit bij de lokale omstandigheden. Soms zit wet- en regelgeving daarbij in de weg. Daarom worden belemmeringen in wet- en regelgeving zoveel mogelijk weggenomen. Ook worden maatregelen genomen in de bekostiging om samenwerking van scholen te stimuleren. Verder komen er verschillende vormen van ondersteuning. Hieronder vindt u een kort overzicht van het maatregelenpakket.


Samenwerkingsschool
In kleine dorpen waar nu nog twee of drie scholen zijn, is door de leerlingendaling straks nog maar plaats voor één school. Vaak is een van de scholen openbaar. Om recht te doen aan de behoefte van ouders aan openbaar en bijzonder onderwijs, moet dan een samenwerkingsschool gevormd kunnen worden. Op dit moment is vorming van een samenwerkingsschool alleen mogelijk, wanneer het leerlingenaantal op een van de betrokken scholen binnen zes jaar onder de opheffingsnorm uitkomt. In de loop van 2015 komt OCW met een wetsvoorstel om het vormen van samenwerkingsscholen en samenwerkingsbesturen te vereenvoudigen.
De wetgeving wordt zo aangepast dat scholen mogen fuseren tot een samenwerkingsschool wanneer zij kunnen aantonen dat hun leerlingenaantal zo gering is, dat dit een risico is voor de kwaliteit van het onderwijs. Daarbij komt de wettelijke voorwaarde dat het bestuur van een samenwerkingsschool de instelling van een identiteitscommissie voor de samenwerkingsschool moet opnemen in de statuten. Ook wordt bekeken hoe de wet zo kan worden aangepast, dat ook een openbaar schoolbestuur een samenwerkingsschool kan besturen.


Fusietoets
Schoolbesturen in gebieden met forse leerlingendaling staan voor de moeilijke opgave om te zorgen voor een goed en doelmatig onderwijsaanbod. In deze situatie zijn fusies tussen scholen of besturen soms onvermijdelijk. De fusietoets biedt nu niet voldoende ruimte en zekerheid voor besturen in gebieden met leerlingendaling en werkt belemmerend. Het wordt voor scholen in gebieden met leerlingendaling daarom minder moeilijk om te fuseren.

Leerlingendaling wordt medio 2014 een expliciete rechtvaardigingsgrond bij fusies. Bij een leerlingendaling van 15 procent, of meer, wordt straks bij een fusieaanvraag geen advies meer gevraagd aan de Commissie Fusietoets Onderwijs (CFTO). Voorwaarde daarbij is dat er geen schoolbestuur met meer dan 5000 leerlingen ontstaat. Het overdragen van een school aan een ander bestuur wordt niet langer aangemerkt als een besturenfusie.


50%-regel en gezamenlijke profielen
In veel gebieden met leerlingendaling proberen scholen door middel van samenwerking het onderwijsaanbod zo divers mogelijk te houden. Daarbij lopen ze soms tegen regelgeving aan. Om schoolbesturen meer ruimte te geven voor zulke samenwerking, start een experiment waarin 50%-regel wordt verruimd, en een experiment met gezamenlijke profielen.
Om de samenwerking tussen scholen te vergemakkelijken, wordt de 50%-regel versoepeld. Scholen krijgen de mogelijkheid om leerlingen maximaal de helft van hun hele opleiding aan een andere school te volgen, in plaats van maximaal de helft van elk schooljaar. Binnenkort gaat OCW in gesprek met het veld over de duur van het experiment. In het najaar informeert de staatssecretaris de Tweede Kamer over de voortgang van het experiment.
Daarnaast wordt een experiment opgezet met het gezamenlijk aanbieden van profielen in havo en vwo en sectoren in vmbo-tl. In dat experiment, dat zes jaar zal duren, vervalt de verplichting voor scholen om alle profielen of alle sectoren aan te bieden, en kunnen zij onderling afspreken wie welke profielen of sectoren aanbiedt.


Nevenvestiging buiten het RPO-gebied
Het wordt mogelijk om een nevenvestiging te openen buiten het eigen RPO-gebied. Voorwaarde daarvoor is wel dat de schoolbesturen in het betreffende gebied er geen bezwaar tegen hebben.
 

Fusiecompensatie
Net als in het primair onderwijs komt er in het voortgezet onderwijs een fusiecompensatieregeling. Het verlies aan bekostiging dat het gevolg kan zijn van een fusie zal een tijdje worden gecompenseerd. Op die manier kunnen fuserende scholen beter de overgang naar de nieuwe situatie maken. Het eerste jaar na een fusie krijgt de nieuwe school 100% van het bekostigingsverlies gecompenseerd, en daarna wordt de compensatie in vijf jaar afgebouwd naar nul.


Regionale procesbegeleiders
Dit jaar kunnen met geld van OCW onafhankelijke regionale procesbegeleiders worden aangesteld. Deze onafhankelijke regionale procesbegeleiders kunnen de samenwerking tussen schoolbesturen op gang brengen, zonder de autonomie van de besturen aan te tasten. De regio neemt het initiatief om een procesbegeleider te kiezen. De invulling van de rol van de procesbegeleider kan per regio verschillen.

 

Helpdeskfunctie
Vanaf februari van dit jaar is de helpdesk leerlingendaling van de Rijksoverheid geopend voor iedereen met vragen over wet- en regelgeving en bekostiging. Deze helpdesk is ondergebracht bij het Informatiecentrum Onderwijs van DUO (ICO); in het colofon onderaan deze nieuwsbrief vindt u de contactgegevens van ICO VO. Ook is er op Rijksoverheid.nl een aparte pagina over leerlingendaling ingericht en komt er steeds meer informatie beschikbaar op www.leerlingendaling.nl.


Prognosemodel VO
Het prognosemodel VO is geactualiseerd. Dit model geeft inzicht in de voorspelde leerlingenontwikkeling tot het jaar 2032, voor zover die wordt beïnvloed door demografische ontwikkelingen. Scholen kunnen gebruik maken van dit model voor het vormgeven van hun eigen beleid en om goed te kunnen anticiperen op leerlingendaling. Het model is te vinden op de website van DUO.
 

Kennisplatform
Dit voorjaar start een kennisplatform waar informatie en goede voorbeelden actief worden uitgewisseld. Medewerkers van het ministerie geven op bijeenkomsten in het land uitleg over het beleid en de gevolgen van leerlingendaling. Zij blijven nauw betrokken bij ontwikkelingen in het onderwijsveld om zicht te houden op de effectiviteit en de toereikendheid van de maatregelen.
Via de digitale Nieuwsbrieven PO en VO van OCW houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen en activiteiten op het gebied van leerlingendaling.